pagina 10 3 1990 tijdschrift

In deze steden en stadjes was het bestuur in handen van een paar burge- meesters, een paar meer schepenen en een groep helpers van de schepe- nen. En dan had je natuurlijk 00k de schout met zijn rakkers. Wie herinnert zich dat niet van de lagere school al. De ridderschap in Overijsel stelde niet zoveel voor. Om in de groep be- schreven te mogen worden moest men van ridderlijke afkomst zijn, en in het bezit van een havezate. Eigenlijk een soort eigenerfde boeren zouden we nu zeggen. Wei moesten ze op een behoorlijk bezit kunnen wijzen. Steden en ridderschap vormden de Statenvergadering. De kleintjes spar- telden wel tegen en eisten 00k een stem, maar zonder resultaat. In deze Staten moesten beslissingen worden genomen. Waren het eenvoudige za- ken, waar eenieder het over eens was, dan liepen de zaken vlot. Maar 0 wee, als er onenigheid was. Dan kwamen er ingewikkelde berekeningen aan te pas om uit te maken of het stuk was aangenomen of verworpen. Zo ­ veel steden met zoveel ridders voor betekende aangenomen, maar een andere verhouding betekende het tegendeel.