Pagina 5 najaar 2017

Historische roman

Twickel speelt een belangrijke rol in een nieuwe historische roman ‘Als ik voor de lopen sta’ van Frans Hendriksen
uit Tubbergen. Het levensverhaal van de omgekomen verzetsstrijder Toon Haselbekke staat centraal. Hij wordt door de nazi’s geëxecuteerd, maar zijn lichaam wordt nooit

gevonden. Zijn vader gaat na de oorlog in de bossen van Twickel op zoek naar
het stoffelijk overschot.

“Dit deel en eigenlijk 90
procent van het verhaal
is gebaseerd op een
waargebeurde gebeurtenis”, 5 zegt Hendriksen. Het feit dat

de schrijver ook de barones een rol geeft in de roman is geromantiseerd.
Het boek verschijnt in oktober. Leden van de Vrienden van Twickel kunnen het met 2 euro korting kopen

 

Oranje Nassau.
Voorzitter Maurits van den Wall Bake van de Stichting Twickel prees de vertrekkend rentmeester voor zijn werk gedurende de afgelopen 33 jaar. De vernieuwing van het landgoed en het aanhalen van de band met de omgeving, werden als belangrijke verdiensten vermeld.
Een vertegenwoordiging van bestuur en activiteiten- commissie van de Vrienden van Twickel overhandigde hem als dank voor de goede samenwerking twee boeke

Ridder Albert Schimmelpenninck

Tijdens zijn afscheid als rentmeester is Albert Schimmelpenninck koninklijk onderscheiden en benoemd

tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau.

Voorzitter Maurits van den Wall Bake van de Stichting Twickel prees de vertrekkend rentmeester voor zijn werk gedurende de afgelopen 33 jaar. De vernieuwing van het landgoed en het aanhalen van de band met de omgeving, werden als belangrijke verdiensten vermeld.
Een vertegenwoordiging van bestuur en activiteiten- commissie van de Vrienden van Twickel overhandigde hem als dank voor de goede samenwerking twee boeken.

 

Renovatie bouwhuis Nettelhorst

Op landgoed Nettelhorst bij Lochem wordt de komende maanden het linker woongedeelte van het bouwhuis inwendig gerenoveerd. Het bouwhuis staat sinds een jaar leeg, nadat het daarvoor enkele decennia werd bewoond door de familie Hendriks. Bij de restauratiewerkzaamheden worden onder meer oude balkenlagen zichtbaar en een dichtgemetselde deur weer toegankelijk gemaakt.

Het bouwhuis herinnert aan de periode dat de Van Heeckerens in het huis Nettelhorst resideerden. Van het in 1875 afgebroken kasteel is alleen nog een muur over, onttrokken aan het
zicht door klimop. In een volgend Twickelblad meer over de renovatie/restauratie van Nettelhorst.

 

Twickel van binnenuit

Museum Hengelo heeft een cursus ‘Twickel van binnenuit’ opgezet. Op vier verschillende dagdelen in oktober en november wordt informatie gegeven over het kasteel, de adellijke bewoners, het beheer van het landgoed en het landschap & park. Gastdocenten zijn archivaris Aafke Brunt, historicus Jan Haverkate, kasteelbewoner Roderik zu Castell en oud-rentmeester Albert Schimmelpenninck. De cursus, vooral bedoeld voor mensen met een grote interesse in regionale geschiedenis, wordt afgesloten met een excursie naar het landgoed. De kosten bedragen € 96,= p.p, inclusief cursusboek. Aanmelden via administratie@museumhengelo.nl.

Pagina 17 zomer 2017

Passen en afpoetsen van de gerestaureerde lampen.

Het geconserveerde interieur in de eindfase.

Enkele maanden na zijn zuster overleed ook Willem van Heeckeren van Kell. Na het overlijden van zijn vrouw in 1866 ging het rijtuig, nu aangeduid als statieberline, over op hun dochter Sophia. Ook Sophia gebruikte de berline om naar de kerk te rijden. Na haar dood bleef deze werkloos achter in het koetshuis van Ruurlo. Restauratiecentrum Stolk In december 2015 ging de statieberline naar het
Restauratiecentrum Stolk in Balkbrug. Piet, de tweede generatie Stolk, begon naast de handel met restauraties. Eerst van oldtimers, daarna ook van antieke rijtuigen. Rond 1980 kwam echtgenote Mar erbij en recentelijk zoon Jean- Louis. “Piet is in de leer geweest bij wagenmaker Jan van Peet in Meerkerk”, vertelt Mar Stolk. “Verder hebben we ons vooral zelf ontwikkeld door onder meer het bezoeken van symposia en workshops in Amerika, Engeland en Duitsland en heel veel zelfstudie. In de praktijk betekent dit verschillende methodes en of producten ontwikkelen en testen. Maar ook zoeken naar de juiste materialen en soms zelf machines ontwerpen of ombouwen om oude technieken toe te passen. En veel praten met oude vakmensen. Je bent nooit uitgeleerd en dat is het leuke aan dit vak.” De restauratie van de berline begon met een inventarisatie van het benodigde materiaal. Stolk betrekt dit voornamelijk van specialistische bedrijfjes met een lange levertijd, waardoor een project vaak lang loopt. “Als eerste zijn we aan het moeilijkste begonnen; het conserveren van het unieke bokkleed”, vervolgt Mar. “Als restaurator voelde ik aan alle vezels in mijn lichaam dat dit behouden moest blijven. Overduidelijk was dat dit heel moeilijk zou worden, want het bokkleed was erg vies en
vervallen. Aanvankelijk leek het onmogelijk maar uiteindelijk is het toch gelukt om het in zijn geheel te behouden.” Stevig doorbijten
Ondertussen werd op een andere afdeling van Stolk aan de kast gewerkt. De deuren konden al heel lang niet meer dicht. Eén paneel stond helemaal los en wel tien centimeter bol. Alle andere carrosseriepanelen zaten los en waren gescheurd. De constructie werd hierdoor verzwakt en zakte een beetje in elkaar. Alle panelen zijn gedemonteerd waarna het spantwerk in het juiste model is teruggedrukt. Na deze klus is de blauwe verflaag verder verwijderd. “Dat was heel stevig doorbijten en je geduld niet verliezen”, vertelt Mar Stolk. “Net toen we er toch wel een beetje doorheen zaten, kwamen prachtige rode biezen op het onderstel tevoorschijn. De blootgelegde authentieke laklaag is geconsolideerd en beschadigingen zijn ontstoord. Hierna is het geheel voorzien van een beschermende reversibele vernis. Door ouderdom en uitdroging lagen de ijzeren wielhoepels los. Deze moesten we opnieuw er omheen krimpen. Uiterst voorzichtig want de originele lak mocht hier niet van te lijden hebben.” Tussendoor is aan de  binnenstoffering gewerkt. Veel van de authentieke stoffering was aanwezig maar grote delen waren er tussenuit gesneden. Mar Stolk: “De stoffering is voorzichtig gereinigd, daarna waar nodig gerepareerd en gedoubleerd. Nieuwe kussens met  paardenharenvulling zijn bijgemaakt en de missende delen zijn aangevuld. De zoektocht naar passend marokijn (geitenleer) voor de uitgesneden delen van de binnenpanelen heeft heel wat voeten in aarde gehad. Uiteindelijk wist de heer Conijn, die ons bij de restauratie adviseerde, via een bevriende relatie huiden van voldoende formaat te vinden in Marokko. Die hebben we gekleurd in een
kleur die overeenstemde met de oude delen.” Met dank aan Mar Stolk en Claas Conijn. De statieberline wordt van 7 juni tot en met 1 oktober tentoongesteld in de oranjerie. Foto’s, tuigage en koetsiers completeren de tentoonstelling.

Pagina 11 zomer 2017

ben meer een natuurliefhebber. Als jongetje fietste ik al naar het natuurgebied de Imbos om te kijken of er nog korhanen in de bomen zaten. Die zaten er in ruime mate, net als weidevogels en eenden hier achter in de weilanden maar nu zie je deze bijna niet meer. Bij het maaien zal er vast wel eens een haas of een kievit omkomen maar er is volgens mij veel meer aan de hand. Ik fiets veel door de omgeving en heb er plezier in om wild en vogels te observeren. Ook rond huis zie je genoeg. ’s Winters is het bij ons rond de voederhuisjes een komen en gaan van vogels en bij de buurman zie ik allerlei amfibieën en watervogels rond de vijver. Dan heb je eigenlijk geen televisie nodig. Ik ben ook geregeld op het landgoed in Delden. We hebben namelijk een vakantiehuisje nabij
Bentelo.

Na mijn pensionering heb ik nog één dag per week doorgewerkt. Bij veel bedrijven word je als je met pensioen gaat, bedankt
voor je diensten maar ik ben blij dat ik betrokken kan blijven. Sinds twee jaar verricht ik als vrijwilliger allerlei voorkomende
werkzaamheden. Ik ben ook bijzonder opsporingsambtenaar maar geen bonnenschrijver. Ik spreek liever mensen eerst aan op hun gedrag. Ik herinner me een man die zei dat hij ergens wel mocht komen omdat hij ‘onderwijzer was’. Ik zei toen dat het tijd werd dat hij ook van boven wijs zou moeten worden, dat had ik natuurlijk niet moeten zeggen.

Omdat ik al zo lang bij het landgoed betrokken ben, weten ze je te vinden met allerhande vragen. Hoe zit het hiermee? Hoe zit het daarmee? Maar ik heb wel het idee dat het beeld van de grote Twickel-familie iets is afgebrokkeld. Contacten gaan meer per mail, dan persoonlijk. Maar dat is eigenlijk het gevolg van de moderne tijd.”

van DE rentmeester

auteur Egbert Jaap Mooiweer

De eerste indrukken

Vanaf 1 maart is de rentmeesterij aan de Twickelerlaan mijn nieuwe werkplek. Rentmeester Schimmelpenninck en ik zitten gebroederlijk naast elkaar. Ruim drieëndertig jaar ervaring overdragen en een wisseling van de wacht voorbereiden
is geen sinecure. Er zit veel in het hoofd. Ik heb mij laten vertellen dat een mens in principe onbeperkt beelden kan opslaan en een belangrijk aspect van het inwerken is dan ook zoveel mogelijk indrukken en ervaringen te delen. Naast praktische zaken als  personeelsbeleid, administratieve processen, contract- en vermogensbeheer en vergaderen met overheden wordt er ook tijd gemaakt voor verkenningen. ‘Mindmappen’ want iedere plek, persoon, gebouw of object heeft zijn eigen verhaal. We stappen regelmatig op een oude veldwachtersfiets of in de auto om een rondje te rijden. Onderweg bespreken we historische ontwikkelingen, markante personen en gebeurtenissen. We speuren naar leestekens in het landschap en de geest van de plek, de Genius Loci. Hoe
zit het met de watervoorziening van de kasteelvijvers, waar lopen gemeentegrenzen, wie heeft welke gronden in gebruik,
etc? Dat gebeurt niet alleen in Twente, maar ook in Wassenaar, Lage, Brecklenkamp, Dieren, Zevenaar, etc. Daarbij komen
ook bedreigingen aan de orde want er wordt er toch op allerlei plekken geknaagd aan het landgoed. Ik geniet van een aantal mooie evenementen die kenmerkend zijn voor de sociaal-culturele rijkdom van het landgoed. Zoals het Kasteelconcert met Flamenco-zangeres Luna Zegers, het druk bezochte paasvuur en de botanische tuin-tentoonstelling ‘Kroonjuwelen ’. Mooi zijn ook de keukentafelgesprekken en bedrijfsbezoeken. Persoonlijke anekdotes maar ook beslommeringen want ieder huisje heeft zijn kruisje. Ik bekijk mooie Twickel bouwprojecten en producten. Prachtige gebinten, gewaterd grenen en boomtafels van de houtzagerij. Maar ook een nieuwe lijn producten in de landgoedwinkel, geitenmelk en yoghurt van pachter Vliek bij de AH of luxe vlees van Wassenaars Roodbont. Een bijzonder hoogtepunt – of liever het hoogste punt – is een rondleiding van de beheerder buitenplaats door de kamers en collecties van het kasteel, eindigend op het dak. Landgoed Twickel toont haar veelzijdigheid. De eerste mest wordt door pachters uitgereden. Schilders bouwen een steiger op de binnenplaats van het kasteel, hoveniers wateren de borders vol eenjarig plantgoed uit de kwekerij, timmerlieden leggen de laatste hand aan een nieuwe houten brug en leidingen voor het
glasvezelnetwerk worden weggewerkt. Ik denk aan het Twents volkslied. ‘Waar Twickel zijn torens uit eikeloof heft’ ligt er piekfijn bij.

 

Pagina 6 zomer 2017

Albert Schimmelpenninck neemt na ruim 33 jaar afscheid als rentmeester van Twickel. Hij kreeg de ruimte en het vertrouwen om het landgoed en de organisatie te verbeteren, en benutte de mogelijkheden volop. “Ik had ook wel de wind mee.”

Het einde van een droombaan

auteur Martin Steenbeeke
Actueel

Op 23 en 24 juni neemt Albert Schimmelpenninck met recepties voor de Twickel-gemeenschap en relaties formeel afscheid. Maar
daarna laat Twickel hem niet los. De rentmeester heeft het idee opgevat om een boek te schrijven over de periode van ruim 33 jaar waarin hij leiding gaf aan het grootste particuliere landgoed van Nederland. “Een stuk geschiedschrijving”, aldus Schimmelpenninck. Niet alles kan aan bod komen maar wel een tiental belangrijke thema’s. Dat varieert van projecten die voor iedereen zichtbaar zijn, zoals de werkzaamheden in het kader van het Pact van Twickel en de renovatie van het landschapspark, tot belangrijke zaken die minder opvielen. Op de lijst staan bijvoorbeeld het gebouwenbeheer, grondaankopen en -ruilingen en een andere vorm van bos- en
natuurbeheer. “Ik vind het mooi dat we op allerlei gebieden voortgang hebben geboekt. Ik zou me slecht voelen als enkele functies zich geweldig ontwikkeld hadden, en anderen achterblijven. Dat zou niet goed zijn want daarvoor is een landgoed te veelzijdig.” Wie alle ontwikkelingen in ruim drie decennia op een rij ziet staan, kan concluderen dat er in het perspectief van de ruim zeshonderd jaar oude historie van Twickel veel in gang is gezet en gerealiseerd. Het heeft te maken met de persoon van de rentmeester, maar ook met de tijd waarin hij aantrad. In 1984 nam Schimmelpenninck de functie over van zijn voorganger, Cees Brunt, die gewend was om van de barones instructies te krijgen. “Mevrouw van Heeckeren heeft het belangrijke besluit genomen om Twickel in een  stichtingsvorm onder te brengen maar zij was erg gericht op consolidatie van het landgoed. Ik voel mij meer verwant met haar echtgenoot, baron van Heeckeren. Die werd op jonge leeftijd al eigenaar van Twickel en was heel ambitieus en ondernemend. Toen ik aantrad, kreeg ik van het stichtingsbestuur ook de vrijheid om het rentmeesterschap op een eigen manier in te vullen. Samen met kasteelheer Christian zu Castell heb ik veel opgepakt. Het was overigens een gouden formule van de barones om het kasteel na haar dood te laten bewonen. Het geeft een ziel aan het huis.”

Vraagbaak
In de wijze van opereren liet Schimmelpenninck zich gelden als iemand die meer deed dan “leiding geven over de dagelijkse gang van zaken”, zoals de rentmeesterinstructie voorschrift. Hij kwam met initiatieven en zag, met oog voor detail, ook nauwlettend toe op de uitvoering. Zijn dagelijkse lunchpauzes gebruikte hij bijvoorbeeld voor een wandeling door tuin of park, om daarna nauwkeurig aan te geven wat er gebeuren moest. Door zijn brede kennis op diverse gebieden fungeerde hij voor veel werknemers en externe deskundigen

Pagina 11 voorjaar 2017

“Twickel staat als een huis”
Een topogra sche kaart van het landgoed ligt als huiswerk al enige tijd thuis in Doorwerth, zodat hij zijn nieuwe werkomgeving kan bestuderen. Egbert Jaap Mooiweer is met ingang van 1 juni de nieuwe directeur/rentmeester van Stichting Twickel.
11
auteur
Martin Steenbeeke
Actueel
“Louter positief”. Zo vat Egbert
Jaap Mooiweer de reacties samen nadat bekend werd dat hij Albert Schimmelpenninck gaat opvolgen.
“Na mijn benoeming zochten veel mensen contact maar alles wat ik hoorde over Twickel heeft een positieve lading. Het landgoed maakt op de een of andere manier mensen vrolijk.
Net als mijn achternaam…”
Mooiweer, geboren in 1980 in Balkbrug en zoon van een dierenarts, studeerde landgebruiksplanning in Wageningen voordat hij, na een korte periode
bij het ministerie van EZ, in dienst
trad bij de Vereniging Nederlands Cultuurlandschap. Deze vereniging heeft als doel het Nederlandse (agrarische) cultuurlandschap
mooier te maken en heeft daar zelfs een heus Deltaplan voor opgesteld. “Veel projecten draaien om het terugbrengen van oorspronkelijke landschapselementen zoals houtwallen, heggen en singels.”
Als adjunct-directeur was Mooiweer met name belast met de lobby richting politiek, grondeigenaren, bedrijfsleven en andere betrokkenen. “Ik heb veel verbindingen gelegd tussen publieke doelen en privaat geld”.
Twickel kende hij van afstand omdat het landgoed betrokken was de ontwikkeling van groen- blauwe diensten, waarbij agrariërs marktconforme en duurzame
vergoedingen krijgen voor extra landschapszorg. Fysiek leerde hij het enkele jaren geleden beter kennen omdat een goede vriend van hem in Delden woont. “Zo heb ik bijvoorbeeld de landgoedwinkel bezocht en ben ik over het landgoed ge etst.” Zijn eerste indruk? “Twickel is eigenlijk Twente
in het miniatuur. De omliggende steden mogen blij zijn dat er één grondeigenaar is die het belangrijk vindt dat karakteristieke Twentse waarden in samenhang behouden blijven. De staat van onderhoud van het landgoed is uitstekend en dat zie je terug in de organisatie. Die staat als een huis.”
Mooiweer heeft de afgelopen maanden tijdens enkele werkbezoeken de Twentse bezittingen van
Twickel op grote lijnen al beter
leren kennen. Zo bekeek hij het natuurontwikkelingsproject rond
de Hagmolenbeek, was hij klopper bij de personeelsjacht en trok hij ook tijdens de bosbeheersdag het veld in. De komende maanden wordt hij verder ingewerkt door Albert Schimmelpenninck , waarna hij op
1 juni het stokje overneemt.
“Het werk is veelomvattend en
divers maar gevoelsmatig denk ik
dat vastgoed en de ontwikkelingen
in de landbouw veel aandacht gaan vergen. Denk aan de onzekerheid
rond de fosfaatrechten, de melkprijs, de pachtprijzen. Landbouw is een kernkwaliteit, maar niet de enige.
Het is de synergie en diversiteit van de onderdelen die Twickel zo mooi maakt. Het is een levend en ondernemend landgoed. Op nationale schaal zie
je niet voor niet dat landgoederen die het goed doen een combinatie zijn van landbouw, gebouwen met pachtinkomsten en bosbouw.”
Egbert Jaap Mooiweer neemt op 1 juni het stokje over.

Pagina 20 najaar 2016

Liever je neus stoten dan achter de muziek aan Hans Gierveld is 25 jaar in dienst bij de Stichting Twickel. De adjunct-rentmeester heeft in een kwart eeuw veel zien veranderen. “De aandacht voor natuur is enorm toegenomen.” auteur Martin Steenbeeke Actueel De uitnodiging aan collega’s en relaties om samen stil te staan bij het jubileum zegt veel over de persoon Hans Gierveld. Een grote foto van hem bij een stapel hout refereert aan zijn achtergrond. “Ik ben een bosman”. En het programma laat zien dat hij vooral een doener is. Dat betekent geen staande receptie in het kasteel of ’t Hoogspel maar een fietsexcursie door het heringerichte dal van de Hagmolenbeek, één van de laatste projecten die onder ‘zijn’ hoede tot uitvoer is gebracht. “Ik hou niet zo van recepties”, verklaart Hans Gierveld. “Bovendien gaat het niet om mij. We bereiken op Twickel de dingen samen en dit project is daar een voorbeeld van. Zo’n project is alleen maar mogelijk als ons bestuur, collega’s, overheden en de boeren erachter staan.” Hans Gierveld trad in 1991 in dienst bij Stichting Twickel. Daarvoor had hij bij Grontmij, en zijn eigen particuliere bosbouwadviesbureau gewerkt. Hij motiveerde zijn overstap destijds dat hij bij Twickel niet alleen plannen kon maken maar ook kon uitvoeren. “Een van mijn eerste grote projecten was diezelfde Hagmolenbeek. Ik werd door het waterschap uitgenodigd om kennis te nemen van hun plannen met de beek. “Dit lijkt me helemaal niets”, zei ik. Dat bracht veel reuring teweeg. Als beginnend medewerker kreeg ik vervolgens het gehele algemene bestuur van het waterschap over de vloer om te luisteren naar onze visie.” Het is aan de kritische houding van terreinbeheerders en natuurorganisaties te danken dat de waterschappen tegenwoordig veel meer in overleg met belanghebbenden hun plannen ontwikkelen. En de maatschappelijke belangstelling voor water is enorm toegenomen, constateert Gierveld. “Water is veel meer dan iets dat je zo snel mogelijk via de sloot naar de zee wilt leiden. Het is essentieel voor onze leefomgeving.” Los van de externe belangenbehartiging is Gierveld gericht op de interne organisatie. Hij is verantwoordelijk voor alle pachtzaken. “We moeten namens de Stichting Twickel goede contracten sluiten met ondernemers en bewoners, maar aan de andere kant hen ook helpen waar nodig is. Er zitten ook lastige dossiers bij. Ik weet nog de eerste keer dat ik tegen een boer moest zeggen dat hij beter kon stoppen. Daar zie je tegenop maar het is mooi als blijkt dat ze zelf ook achter het besluit staan. Dat ze dan tegen anderen zeggen dat ze “van Gierveld moesten stoppen” vind ik niet erg. Daar moet ik dan om glimlachen.” In de afgelopen 25 jaar is het landbouwareaal gelijk gebleven, maar het aantal agrarische pachters sterk afgenomen. Sommigen stoppers hadden geen opvolgers, anderen konden het economisch niet meer bolwerken, weer anderen moesten noodgedwongen verhuizen. Het vloeit voort uit het spanningsveld tussen natuur en landbouw. “In de periode dat ik hier actief werd raakten ook de natuurorganisaties in opkomst. Ik herinner me nog dat Natuurmonumenten in de jaren tachtig het 200.000ste lid in kon schrijven. Enkele jaren geleden waren het er bijna één miljoen. Die Hans Gierveld: “Ik ben en blijf bosbouwer”.

Pagina 8 winter 2015

Door het uitzicht nog

steeds met Twickel

verbonden

Mevrouw Willy Brunt-van der Boon, geboren op 13 augustus 1919 in

Bodegraven, trouwde in 1947 met haar plaatsgenoot Cornelis (Kees)

Brunt, die van 1953 tot 1985 rentmeester was op Twickel. In haar

gezellige appartement aan de rand van Delden vertelt ze over hun

eerste jaren op het landgoed.

“Na zijn studie aan de Landbouwhoge-
school in Wageningen kwam mijn man in

dienst bij het Ministerie van Landbouw

in Den Haag. Het leven in de grote stad

stond ons niet erg aan. Als snel konden

we verhuizen we naar Zwolle waar Kees

werd aangesteld als landbouwconsulent.

Hij werd daar ook lid van de Grondka-
mer, een instelling die pachtcontracten

toetst. Tijdens een vergadering van de

Grondkamer hoorde mijn man van ir. Bas

van Schelven, toenmalig rentmeester van

Weldam, dat de barones van Twickel een

opvolger zocht voor rentmeester W.H.

Bitter. Hij was in februari 1953 plotseling

overleden. De barones had Van Schelven

daarvoor gevraagd. Hij had het afgeslagen

en aan de barones gemeld dat mijn man

een geschikte kandidaat zou zijn.”

“Een ontmoeting met de barones volgde

al spoedig. Haar enige bezwaar was dat

mijn man met zijn 32 jaar nogal jong was.

Dit loste Kees op met de opmerking:

“Maar dat wordt alle dagen beter”.

Op zijn vraag hoe de toekomst van het

landgoed eruit zag, antwoordde de

barones dat dit was geregeld. Kees werd

aangesteld per 1 mei 1953, en zoals we nog

zouden merken passeerde op 7 april de

oprichtingsakte van de stichting Twickel.”

“We waren vroeg vanuit Zwolle naar Del-
den gereden om de barones te ontmoeten

in de rentmeesterij, die wij zouden bewo-
nen. Bij aankomst voor het kolossaal grote

huis schrok ik geweldig. Om bij te komen

stapten we weer in de auto om een ritje

in de omgeving te maken. Bij terugkeer

kwam de barones ons al tegemoet. “U

schrikt!” merkte ze op toen we vanuit de

lange, brede gang het ruime trappenhuis

betraden. Ik bekende dat ik niet wist hoe

ik het huis zou moeten inrichten, zoveel

meubels hadden we niet. We waren net

na de oorlog getrouwd. Gelukkig lagen in

een aantal woonvertrekken nog meubels

opgeslagen van drie voorgangers: rent-
meester Wilterdink, zijn schoonzoon W.J.

en zijn kleinzoon W.H. Bitter. Daar hebben

we wat van overgenomen. We kochten er

nog wat bij maar toch bleef het nogal kaal.

De barones vond dat juist mooi: “Dat is

modern”, stelde ze vast.”

“Op de begane grond bevonden zich de

kantoren van de administratie en op de

Receptie voor pachters en personeelsleden ter gelegenheid

van de tachtigste verjaardag van barones Van Heeckeren van

Wassenaer in 1959. Rechts de barones en rentmeester C. Brunt.

bovenverdieping was het huisarchief

van Twickel in twee kamers onderge-
bracht. Dit werd het domein van dominee

Samberg, emeritus predikant van de

hervormde kerk in Delden, die in 1955 was

aangesteld als archivaris. Op de adminis-
tratie werkte de heer Hoorn, al vrij snel bij-
gestaan door de heer Kooistra. In de eer-
ste twee jaar werkte hier ook nog de heer

Gruppelaar. Hij verzorgde de administratie

van de Twickelse Waterleiding, die tot 1955

onderdeel uitmaakte van Twickel.”

“Mijn leven speelde zich grotendeels

af op de rentmeesterij. Op vaste tijden

zorgde ik voor koffie en thee voor

personeelsleden die langs kwamen en

bezoekers, onder wie veel pachters.

Op de rentmeesterij was ook de

plaatselijke Nutsspaarbank gevestigd.

Meer dan een eeuw is de bank beheerd

door personeel van Twickel. Het jaar-
lijkse renterekenen met bestuursleden

van de bank duurde ‘s avonds tot in de

kleine uurtjes en werd afgesloten met

drank en dampende sigaren.”

Pagina 5 winter 2015

Handwerk in heidevelden

Twickel heeft op 7 november deelgenomen aan de landelijke

Natuurwerkdag. De Vrienden van Twickel staken de handen

uit de mouwen op het Bokdammerveld (zie pag.16) en

het Huttenveld tussen Beckum en Bentelo werd door een

enthousiaste groep vrijwilligers, o.a van de scouting Delden,

ontdaan van jonge berken en dennen, om te voorkomen dat

het ‘verbost’. “Het was een gezellige dag, waarbij flink wat

werk is uitgevoerd”, aldus beheerder Roy Schuurman.

Twickel en de provincie Gelderland gaan in Dieren grond

ruilen. De ruil is nodig om de verlegging van de provinciale

weg ter hoogte van het Hof te Dieren naar het spoor mogelijk

te maken. Twickel staat ca. 4 ha af en krijgt 3 ha terug.

Na de verlegging kan de huidige weg, die diagonaal door

het Overpark loopt, opgeruimd worden. Door aansluiting

van dit deel bij het Overpark ontstaat een aantrekkelijk

wandelgebied. Twickel heeft zich tevens verplicht de nodige

compensatiebeplanting aan te brengen. Enkele kleinere

landbouwpercelen worden bos. Ter compensatie van te

kappen boomgroepen in het nieuwe tracé komen er forse

Rentmeester zwaait af

Twickel gaat op zoek naar een nieuwe rentmeester. Albert

Schimmelpenninck gaat in april 2017 formeel met pensioen

maar met het bestuur is afgesproken dat hij eind 2016

het stokje overdraagt aan zijn opvolger. De tijd tot zijn

pensionering wordt dan gebruikt om diverse zaken af te

wikkelen en over te dragen. Albert Schimmelpenninck

trad in 1984 in dienst bij de Stichting Twickel, als opvolger

van Kees Brunt. De rentmeester is belast met de dagelijkse

leiding van het landgoed.

Asbest eraf, zonnepanelen erop

verdwijnen. Enkele tientallen pachters laten hun dakbedekking

met behulp van subsidie vervangen. Op veel nieuwe daken

worden bovendien zonnepalen aangelegd. Er wordt gebruik

gemaakt van de provinciale regeling ‘asbest eraf, zonnepanelen

erop’ of van gelden uit het Pact van Twickel. De uitvoering is in

augustus van start gegaan. In totaal wordt ongeveer 26.500

m2 asbestdaken gesaneerd. De zonnepanelen hebben een

totaal vermogen van ruim 450.000 Watt piek. Inmiddels zijn de

Twickelbulletin pagina 22 20-3 1985

uiteraard onze bewondering en waardering uit naar de organisa- toren; in het vorige bulletin van onze vereniging kunt u nog eens na- lezen hoe het er allemaal uitzag. Terugkomend op de eerste zin van dit verhaal: het was een boeiende belevenis! G. Kalsbeek Van de gaande en de komende man In een vorig nummer hebben we gepoogd u de figuur van de voorzit- ter van de Stichting Twickel voor te stellen. Dit keer willen we u laten kennis maken van de nieuwe rentmeester, de heer Schimmelpenninck. De komende man uit het opschrift, al is hij al een tijdje in functie. Voor velen van de bewonderaars van het landgoed zal het wel even wennen zijn. De heer Brunt heeft zoveel jaren zijn stempel op Twickel gedrukt! Toch is voor hem ook de tijd gekomen, dat we spreken van ”de gaande man”. Als we op de afgesproken tijd in de Rentmeesterij komen, staat de stoel klaar en even later ook at de koffie. De pieper wordt inge- schakeld, want er kan een belangrijk telefoontje komen. De heer Schimmelpenninck is een Deiftenaar, civiel ingenieur. Dus niet specifiek geschoold voor deze functie, maar dat is ook welhaast niet mogelijk. Ja, er is wel een rentmeestersopleiding. Het bestuur heeft ook niet gezocht naar een specialist, maar naar iemand met een brede belangstelling. En stellig zal overwogen zijn, dat een kandidaat die geboren en getogen is op een landgoed het gevoel ervoor a.h.w. met de paplepel heeft meegekregen. Waarom kiest iemand een dergelijke functie? Wat is het aantrekke- lijke er van? Uit het antwoord blijkt wel, dat het de veelzijdigheid is. Van allerlei zaken komen op een rentmeester af. En met heel veel verschillende personen moet gepraat worden. Het is wel eens moeilijk om te weten, dit met een glimlach, wetke broek je’s morgens aan moet trekken. Je kunt de bossen in moeten met de bosbaas, maar ook de Koningin moeten ontvangen op het kasteel. Het eerste komt vaker voor natuurlijk. Maar duidelijk is, dat de variatie en het streven al deze problemen met eikaar in evenwicht te brengen, het aantrekkelijke is van de functie.

Twickelbulletin pagina 6 20-2 1985

f. Gesprekken hebben plaatsgevonden met de 1ST (intergemeente- lijke Samenwerking Twente) en de gemeente Ambt Delden over de definitieve bestemming van de vuilstort het Rikkerink. Zoals het er nu naar uit ziet zal het Rikkerink volgens het land- schapsplan worden afgewerkt door de 1ST waarbij de bestem ­ ming bos wordt gehanteerd over66nkomstig het bestemmings- plan van Ambt Delden. We hebben het gemeentebestuur van Ambt-Delden verzocht een actiever recreatie-beleid te voeren i.p.v. de laisser faire houding in het verleden. Namens het bestuur, D. van Ittersum De Kosterkamp 29 7491 KR Delden Voorzitter. Nieuwe rentmeester van Twickel Op 1 mei a.s. zal de nieuwe rentmeester van het landgoed Twickel, ir. C. Brunt te Zwolle, zijn taak aanvaarden. De heer Brunt is geboren op 26 juni 1920 te Bodegraven. De familie Brunt woont reeds meer dan drie eeuwen in de omgeving van Bodegraven en oefende van vader op zoon het veehoudersbe- drijf uit. Na de H.B.S. tijd ving de heer Brunt in 1939 de studie aan de Landbouwhogeschool te Wage- ningen aan, richting Nederlandse landbouw. In verband met de oorlogsjaren kon de studie eerst in Januari 1947 met goed gevolg worden afgesloten. Op 27 jarige leeftijd kwam de heer Brunt in dienst bij het Ministerie van Landbouw te Den Haag afd. Grond- en Pachtzaken voor de Pro- vincie Overijssel. In deze werkkring voelde de heer Brunt zich thuis. Ir. Brunt stelt het bijzonder op prijs, dat hij in Overijssel werkzaam kan blijven, daar zijn contact met de provincie en haar bevolking buitengewoon prettig is geweest. Uitde krant van 1952