pagina 4 zomer 2014

RONDOM TWICKEL ACTU EEL Nieuwe exploitanten Carelshaven 4 „ Alco van Berkel en zijn vrouw Evelyn gaan aan het roer 2 staan van Carelshaven. Zij zetten het bedrijf voort onder de 1 nieuwe naam "Landgoed Hotel &i Restaurant Carelshaven". 5 Carelshaven sloot eind 2013 na stopzetting van de activiteiten door het echtpaar Van der Sluis-Kluvers tijdelijkde deuren en j wordt momenteel gerenoveerd. Alco van Berkel is momenteel manager van twee Fletcher- hotels op de Veluwe; zijn vrouw Evelyn werkt nog in het bankwezen maar heeft de Hotelschool afgerond. "Al jaren hebben wij de droom om samen een hotel-restaurant te runnen en nu komtdie droom uit. Wij zijn dan 00k zeer verheugd dat StichtingTwickel voorons heeft gekozen en kijken er erg naar uit om Carelshaven weer de naam en faam te geven die het verdient. Uiteraard zullen wij de nodige interieuraanpassingen doorvoeren, maar de uitstraling en rijke geschiedenis van Carelshaven zaldaarbij nietverloren gaan", aldus Alco van Berkel. Evelyn en Alco van Berkel. Bosbrandoefening Hof te Dieren 15 en 22 maart kleurden de heuvelachtige schaddevelden op landgoed Hof te Dieren rood. Op uitnodigingvan Stichting Twickel oefende de brandweer Gelderland-Midden met zo 40 voertuigen en 350 deelnemers de bestrijding van een geen- sceneerde bosbrand. De medewerkers van Twickel in Dieren vervullen bij brand een essentiele rol. De terreinbeheerder weet de weg en vooral welke weg waarvoor geschikt is. Ook heeft hij een belangrijke rol bij het lokaliseren van de brand, want anders dan in een stad of dorp ontbreekt bij een melding straatnaam en huisnummer. DaarnaastondersteuntTwickel de watervoorziening middels een tractor met giertank, diverse waterputten op eigen terrein of in de omgeving en enkele geboorde dieptebronnen. Ook regelt de beheerder of opzichter van Twickel vanuit de Commandopost de inzet van boeren en loonwerkers en is hij betrokken bij het aanvalsplan van de brandweer. Omdat een grootdeel van de Veluwe geen mobiele dekking heeft, moet tijdens een bosbrand een eigen WIFI- netwerk worden opgebouwd. Foto- Harvey van Diek. Otters in Gelderse Waard Waar ben ik, lijkt een otter zich af te vragen. Het dier is begin mei samen met een soortgenoot door natuurorganisaties uit- gezet in de Kleine Gelderse Waard. De otters, broeren zus, zijn afkomstig uit Duitsland en moeten de otterpopulatie verster- ken. Nu woontertenminste een otter in het natuurgebied. De verwachting is dat de twee nieuwkomers elk hun eigen territorium gaan opzoeken. Overigens werd het geduld van de aanwezigen, onder wie rentmeester Albert Schimmelpenninck, op de proef gesteld, want het duurde anderhalf uur voordat de otters hun kist met stro durfden te verlaten.

pagina 7 voorjaar 2014

Otter maakt comeback in Dieren en Rijnstrangen In de herfst van 2008 werd een 12-jarige ottervrouw nabij landgoed Hof te Dieren doodgereden. De otter was hier al zestig jaar niet meer waargenomen. Twee jonge dochters zijn blijven leven en na bezoek van een Duitse otterman is er rond Does- burgeen kleine groep zich voortplanten- de otters ontstaan. De hoop was dat uit deze groep de sprang naar de Rijnstran ­ gen gemaakt zou worden. Zomer 2013 zag Tijs Grosheide, boswachter/jacht- opzichter van Stichting Twickel, de eerste otter in de Gelderse waard. Stichting Twickel heeft dit niet aan de grate klok gehangen om verstoring te voorkomen. Januari 2014 werd echter een otter opge- merkt door een medewerker van Stichting Ark. Na een melding op waarnemingen. nl is de aanwezigheid van de otter in de Rijnstrangen landelijk bekend. De vraag is nu of de otters uit Doesburg bij deze vestiging betrokken zijn of dat het een Duitse otter betreft. Wei zeker is dat de Gelderse waard als onderdeel van de Rijnstrangen het ideale biotoop is voor een gezonde otterpopulatie. Een otter in Dieren is gefotografeerd met een cameraval. De otter wordt gelokt met een lokgeur op een steen waarna de camera klikt. Nieuw hoofdgebouw Hof te Dieren Onlangs werd bekend dat het bestem- mingsplan van de gemeente Rheden nu zodanig gewijzigd is dat het plan om op de centrale bouwplaats in het park te Dieren een zorggebouw te realiseren mogelijk is. De initiatiefnemer Aliantus zal in de komende maanden de bouwaanvraag ver- der voorbereiden. Op de plek waar tot 1944 het hoofdgebouw van het landgoed stond, zal een appartementencomplex verrijzen. Hiermee krijgt het historische landschapspark zijn hart weer terug. Het Twickelblad voorjaar 2013 heeft eerder over dit plan bericht. De bouwlocatie in Hof te Dieren. Restauratie grafmonument Van Coslinga Op verzoek van de Protestantse Gemeente van de kerk in Dongjum bij Franeker levert Twickel een bijdrage aan de restauratie van het in marmer uitgevoerde praalgraf van Sicco van Goslinga (1664-1731). Deze be- kende staatsman was de schoonvader van Unico Wilhelm van Wassenaer. Dodonea Lucia van Goslinga was het enige kind van Sicco met nageslacht. Twickel is dus in zekere zin te beschouwen als de erfge- naam van deze Sicco van Goslinga. Door dit huwelijk verwierf Unico Wilhelm van Wassenaer 00k enkele boerderijen in Fries ­ land die in de vroege 19 eeuw weer verkocht zijn. Maar de roerende goederen in de erfenis, waaronder archiefstukken, zilver, linnengoed en de portretten Sicco en zijn vrouw Johannetta Isabella thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg bleven op Twickel bewaard. Zo is de band met dit oude Friese geslacht nog steeds voelbaar. Ontwerptekening voor het graf van Sicco van Coslinga. Collectie R.K.D. in Den Haag. Het beschadigde graf staat te wachten op zijn restauratie.

pagina 4 najaar 2014

RONDOM TWICKEL ACTU EE L Wegwijzer met historie Bij de officiele opening van de voetgangersbrug over de Rondweg is door commissaris van de Koning Ank Bijleveld een speciaal wegwijsbord onthuld. Op het bord zijn de afstanden tot Berlijn, Sint Petersburg, en Londen in kilometers aangegeven. Het zijn plaatsen die in het verleden zijn bezocht door bewoners van Twickel. Jacob van Wassenaer Obdam was in het begin van de achttiende eeuw ambassadeuraan het Brandenburgse Hof in Berlijn. Marie Cornelie van Wassenaer Obdam reisde in 1824 per koets naar het hof in Sint Petersburg. Den Haag was in de winter en het vroege voorjaar de woonplaats van de familie Van Heeckeren van Wassenaer en Londen werd veelvuldig bezocht door Rodolphe van Heeckeren van Wassenaer. Wandelpad Rijnwaarden In Rijnwaarden, het natuurgebied van StichtingTwickel nabij de Kleine Gelderse Waard, is deze zomer een nieuw wandelpad geopend. Het is een struinpad over de zomerkade van de Oude Rijn. Met overstapjes is het rietmoerasgebied toegankelijk gemaakt voor wandelaars. De route loopt van de Aerdtseweg (bij de brug over de Oude Rijn tussen Herwen en Babberich) naar hettrekpontje over de Oude Rijn in Aerdt. Het wandelpad sluit hier aan op de bekende Gangen-door-Rijnstrangenroute. Vanwege mogelijke verstoring van de kwetsbare natuur, moerasvogels en runderen zijn honden niettoegestaan. Stichting Landschap Rijnwaarden heeft in samenwerking met Stichting Twickel en gemeente Rijnwaarden dit wandelpad aangelegd. Hierdoor is weer een stukje prachtige natuur in het Rijnstrangengebied toegankelijk geworden voor wandelaars. Het is mede mogelijk gemaakt door de Provincie Gelderland en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling. Twickel LANDGOED NETTELHORST Particulier erf • geen toegang Nieuwe openstellingsborden De landgoederen van Twickel zijn voor het grootste deel vrij toegankelijk maar er gelden wel regels. Die staan vermeld op borden bij de toegang van de landgoederen, kwetsbare natuurgebieden en erven. De huidige borden maken plaats voorfraaie emaillen exemplaren. De eerste verschijnen deze herfst op Landgoed Nettelhorst bij Lochem, waarna de overige landgoederen volgen. De vertrouwde zwart-witte kleuren zijn gehandhaafd, maar het formaat van de borden is anders en het wapen van Twickel is aangepast aan de nieuwe huisstijl. De naam van het betreffende landgoed staat duidelijk aangegeven. De nieuwe bordjes zien er mooier uit en gaan hopelijk veel langer mee dan de oude. Oud-bosbaas Te Veldhuis overleden Oud-bosbaas Derkjan te Veldhuis is opi8 augustusop 86-jarige leeftijd overleden. Te Veldhuis (roepnaam Dirk) kwam in 1953 als voorwerker in de bosploeg in dienst van Twickel en werd enkele jaren later bosbaas. In het winternummer van het Twickelblad volgt een In memoriam.

pagina 15 winter 2011

Na een klein uur stappen de leerlingen op de fiets richting de Rijssenseweg. Daar krij- gen ze hun gereedschap uitgereikt, maar niet nadat ze is verteld dat ze voorzichtig moeten zijn met de knipschaar en zagen. Een EHBO-trommel maakt voor alle zeker- heid deel uit van de uitrusting. Bij de graf- heuvel wordt voorgedaan hoe de kinderen het beste de dennetjes kunnen kortwieken. Onder de laagste krans, luidt het advies. “Anders lopen ze weer uit, en kunnen we hier volgend jaar weer aan het werk.” De eerste tien minuten lopen de kinderen on- gecoordineerd over de grafheuvel en knip- pen ogenschijnlijk alles wat los en vast zit. “Cool, hier zitten besjes aan”, klinkt het vanuit het struikgewas.” Na enige tijd vormen ze een lijn zodat het opschonen meer geordend gaat. “Je moet ze eerst laten rausen, het heeft geen zin om ze direct al in lijn te laten werken”, verklaart De Cloe. Na een half uur staat bij enkele kinderen het zweet op het voorhoofd. “Het is leuk om schoon te maken in de natuur”, zegt Harmen. “En het is leuker om dit met je school te doen dan met je eigen familie”, vult Willemijn aan. Het project is een succes, zegt Carin de Cloe. Ze geeft het voorbeeld van kinderen die in een bosgebied hondenbezitters erop aanspreken dat ze hun hond niet los moe ­ ten laten lopen. In een natuurles hadden ze geleerd dat een loslopende hond een vroeggeboorte bij reeen kan veroorzaken. “Zo voeden kinderen min of meer de ouders op.” Er hebben zich al zo’n dertig scholen voor het project aangemeld. “Als we alle vragen honoreren, kunnen het er wel vijftig zijn, maar we hebben niet voldoende men- toren.” Het adoptieproject is een prima aanvulling op de bestaande biologieiessen, verklaart lerares Toke Jonker van De Toon- ladder. “Alleen uit de boekjes leren, werkt toch minder. En dit is ook nog een mooie combinatie van cultured erfgoed en natuur. En niet onbelangrijk voor de kinde ­ ren; je ziet direct resultaat." Dat blijkt als na enkele uren hard werken de zagen en knipscharen worden neergelegd. De graf- heuvels, die aan het begin van de ochtend nog nauwelijks als zodanig te herkennen waren, liggen er ‘kaal’ bij. Martin Steenbeeke Voor meer informatie over het project en/of aanmel- dingen van scholen en mentoren: carin.decloe@landschapoverijssel.nl Natuurles in de klas onder leiding van Carin de Cloe. Dwalen tangs de Waal De Celderse Waard figureert in d’Waalfilm, een educatieve film over de natuur langs de Waal. Deze interactieve film is gericht op leerkrachten/scholieren, bestuurders en be- woners en toont de veelzijdige aspecten van de Waal op een bijzondere wijze. Kijkers kunnen zelf de route bepalen en met een muisklik too deelfilmpjes over de historie, natuur en diverse projecten in het rivieren- landschap openen. In het gedeelte over het Rijnstrangengebied en Kleine Celderse Waard worden onder meer het ontstaan van dit bijzondere gebied, de vroegere rietteelt en het herstel van het moerasgebied uitge- licht. www.dwaalfilm.eu. Beeld van de Kleine Celdersche Waard. Bij een klik op een * in het landschap, wordt er een deeljilm vertoond.

pagina 15 najaar 2010

5 nv Twickel Herstel rietmoeras Rijnstrangen In eendrachtige samenwerking zijn Stichting Tu/ickel en Staatsbosbeheer begonnen aan bet herstel van het rietmoeras in het natuurgebied Rijnstrangen in de Celdersche Waard. In een gebied van in totaal vijftig hectare wordt het bos en struweel teruggedrongen zodat rietbewoners als de roerdomp en grote karekiet weer in groten getale kunnen terugkeren. Het Rijnstrangengebied is een vijftien kilo ­ meter lang waterlint ten zuiden van Zeve- naar. Het bestaat uit een aantal half dicht gegroeide vroegere rivierlopen. Tot voor kort was het 6en van de belangrijkste bol- werken van Nederland voor moerasvogels, met rond 1980 nog 50 paar roerdompen, 20 paar woudapen en 80 paar grote kare- kieten. Het gebied is daarom aangewezen als speciale beschermingszone onder de Europese Vogelrichtlijn. Tevens is het Rijnstrangengebied een kerngebied voor moerasvogels. Kerngebieden zijn grote moerasgebieden die belangrijke populates herbergen van aandachtssoorten. De laatste jaren is uit onderzoek gebleken dat de meest kwetsbare moerasvogels in dit gebied, roerdomp en grote karekiet, drastisch in aantallen teruglopen. Zij zijn voor hun voedsel, broed- en rustgelegen- heid afhankelijk van waterriet. Herstel van het moerasgebied is daarom urgent. Begin zestiger jaren bestonden de vegetaties in de Rijnstrangen vooral uit mattenbies, waterriet en waterplanten zoals water- gentiaan. Tot dan behoorde het Rijn ­ strangengebied nog tot het “winterbed” van de Rijn. Bij hoge waterstanden stortte het Rijnwater zich met geweld over de Spijkse Overlaat en stroomde vervolgens doorde Rijnstrangen om bij Kandia in het Pannerdens Kanaal uitte komen. In deze periode werd de Spijkse Overlaat echter gesloten en bij Kandia een gemaal gebouwd. De doorstroming verminderde en de dynamiek nam sterk af. Hierdoor begonnen de strangen te verlanden. Verlanding en dichtslibbing leverden aan- vankelijk een vergroting van het oppervlak aan waterriet, liesgras en rietgras op, wat vooral ten koste ging van het aandeel mattenbies. Door verdergaande successie van riet naar bos zijn deze vervolgens weer in oppervlakte afgenomen. Nu bestaat een groot aandeel uit bos, struweel, verruigd riet en droge gesloten rietvegetaties. Herstel van een grootschalig rietmoeras ten behoeve van de kwetsbare moeras ­ vogels is kansrijk. Hiervoor dient met ‘cyclisch beheer’ de opslibbing en successie te worden teruggezet. Door Staatsbos ­ beheer en de Stichting Twickel zijn deel- gebieden vastgesteld waar maatregelen het meeste effect hebben. De werkzaamheden bestaan voornamelijk uit rooien van hout, klepelen/opruimen van rietgewas, uitgraven van slib en het aanbrengen en verwijderen van rasters en dergelijke. De totaal in te richten gebieden beslaan een oppervlakte van ca 50 ha. Hiervan neemt Twickel 13,3 hectare voor zijn rekening. In drie fases wordt telkens een deel van het gebied onder handen genomen. In verband met het broedseizoen concentreren de werk ­ zaamheden zich in het najaar en de winter. Zo worden tijdelijke negatieve ecologische effecten voor met name vogels en amfibieen geminimaliseerd. De eerste fase is nu in uit- voering. Vooralsnog wordt er van uit gegaan dat de tweede en derde fase in respectieve- lijk 2on en 2012 worden uitgevoerd. Een andere belangrijke maatregel is het vergroten van de oppervlakte water en moeras door afgraven van de klei in de Kleine Celderse Waard. Dit project is eerder beschreven in het Twickelblad. Beide pro- jecten moeten er toe leiden dat de opper ­ vlakte rietmoeras en de daarbij passende avifauna sterk toenemen. Het project Herstel Rietmoeras Rijnstrangen maakt onderdeel uit van een beleids- programma van de provincie Gelderland om de milieukwaliteit te verbeteren. Het Rijnstrangengebied is opgenomen op de TOP -lijst antiverdroging en aangewezen als milieuherstelgebied. Twickel en Staatsbosbeheer zijn de belang ­ rijkste grondeigenaren in dit gebied. Dienst Landelijk Gebied is namens de provincie en Staatsbosbeheer bij het project betrokken. Wilke Schoemaker, beheerder Celderse bezittingen Op de plek waar de bebossing is verwijderd, komen soorten als mattenbies, riet en pijlkruid op. De linten zijn geplaatst om bij hoge waterstand de jonge vegetatie te beschermen tegen ganzen.

pagina 18 winter 2009

Beste Vrienden, Op zaterdag 31 oktober heeft de Vereniging Vrienden van Twickel in overleg met Gert- )an Roelofs, bosbaas van de Stichting Twickel, de door haar aangeboden hand- (en span)diensten uitgevoerd: natuur- beheer – en onderhoud. De oproep in het vorige Twickelblad leidde uiteindelijk tot een groep van twintig vrijwilligers. De op- dracht was de heidevelden rond het ven van het Schijvenveld te ontdoen van jonge zaailingen, vooral grove den en berk. Stichting Twickel had gezorgd voor gereed- schap, koffie en warme chocolademelk met gevulde koeken (geeft direct weer energie). Om 9.15 uur aangekomen werd, onder- broken door een koffiepauze, gewerkt tot 13.00 uur. Het is verbazingwekkend 6n bewonderens- waardig hoeveel werk is verzet, terwijl er tegelijktoch nog voldoende tijd en gelegen- heid was om te genieten van de pracht van het Schijvenveld en elkaars gezelschap en enthousiasme. Het moet mogelijk zijn om het kwetsbare, prachtige Schijvenveld in een cyclus van vier jaar te bewerken zoals we nu voor het eerst hebben gedaan. De Stichting Twickel zou de inspanningen van de Vrienden om het Schijvenveld te adopteren voor beheers- werkzaamheden zeer op prijs stellen. Er wordt ‘s winters geschaatst op het Schijven- veldven en dat moet schitterend zijn. Uitdeze “gebruikersgroep” roep ik Vrienden op zich volgend jaar op te geven voor de natuurwerkdag in het Schijvenveld: voor wat, hoort wat! Laten we er samen een succes van maken in het belang van Twickels prachtige natuur. De natuurwerkdag zal een vast onderdeel gaan vormen van het activiteitenprogramma van de Vereniging en hopelijk zullen velen van u meewerken. De aanwezige vrijwilligers hebben een heerlijke ochtend gehad. Albert Kienhuis Moeras Rijnstrangen wint terrein Weidegebied verandert in moerasgebied. Het natuurgebied Rijnstrangen bij Babberich wordt uitgebreid. Tussen de Aerdtseweg en de Kleine Gelderse Waard verandert een negen hectare groot weidegebied in moerasgebied, met ondiep water, oevers en rietland. Voor de inrichting van het terrein en om een goede waterhuishouding voor omliggende landbouwgrond te reali- seren, moet er zand worden weggegraven. Hiervoor is in oktober het startsein gegeven. Gezeten in een hydraulische kraan mocht rentmeester Albert Schimmelpenninck samen met wethouder jos Lamers van de gemeente Rijnwaarden de eerste scheppen grond afgraven. Via duikers komt het water in verbinding te staan met de Rijnstrang, waardoor er verversing plaatsvindt. Als de werkzaamheden zijn afgerond, vormt het moerasgebied een woon- en broedplaats voor zeldzame vogels als de grote karekiet, rietzanger en roerdomp. Om de rust niet te verstoren is het gebied, net als nu, niet vrij toegankelijk.

pagina 14 winter 2008

if*. Pachterscommissie bezoekt Geldersche Waard De meeste zaken die in de pachterscommissie aan de orde komen, hebben betrekking op de Twentse bezittingen van het landgoed en op algemene pachtzaken. Het is soms moeilijk om je een beeld van een bepaald gebied te vormen zonder dat je er bent geweest. Het leek daarom goed het jaarlijks uitje eens te koppelen aan een gebied waar je niet elke dag in de buurt komt. We zijn onze excursie begonnen in de kleine Geldersche Waard, een gebied met een grootte van circa 60 ha. Het gebied is jaren lang door Twickel geexploiteerd in samen- werking met de familie Grob. Er werden pin- ken geweid en er werd gras verkocht. Er was geen boerderij gevestigd. Het is een oud stroomgebied van de Rijn en mede hierdoor waren er behoorlijke verschil- len in het relief. Niet echt een mooi vlak wei- degebied, met wat oude zomerdijken langs de kanten. De kleine Geldersche Waard wordt op dit moment afgegraven. Ongeveer 1 miljoen kubieke meter klei wordt afgegra ­ ven en verkocht aan de baksteen industrie. Wat overblijft, is een drassig en nat natuur- gebied, wat voor een deel permanent onder water staat. Om te zorgen dat het niet ver- bost, worden de drogere delen beweid door vleesvee, in dit geval Charolais van de fami ­ lie Uenk. Als je het door de bril van een natuurbeheerder bekijkt, een mooi gebied met volop kansen voor de natuur. Ruimte Vervolgens zijn we te voet verder gelopen naar de Grote Geldersche Waard, waar het bedrijf van de familie Uenk gevestigd is. Het bedrijf van de familie Uenk is op dit moment het grootste pachtbedrijf van de Stichting Twickel en omvat zo’n 90 ha pachtgrond. Als je vanuit de kleine Gelder ­ sche Waard naar de Grote Geldersche Waard loopt dan is je eerste reactie als Twentenaar: wat een ruimte. Een mooi vlak gebied en bijna geen boom te bekennen. Onze eerste reactie was dan 00k: heeft Twickel nog meer van dit soort gebieden? We zijn over de oude zomerdijk naar het gebouwencomplex gelopen. Ondanks dat het een groot gebied is, was dit niet storend want het gebied wordt omzoomd door de oude zomerdijk met daarlangs struikgewas en op de achtergrond riet in de oude rivier- armen. Ik zag dit zelf op dat moment als een goede combinatie van grootschaligheid in combinatie met natuur. Bedrijf Op het bedrijf was men nog druk bezig om de laatste hand te leggen aan een nieuwe aardappelbewaarplaats en werktuigenber- ging . Een groot gebouw met hoge zijwan- den en een goothoogte van ongeveer 6 meter. Door de architectonische vormge- ving een mooi en doelmatig gebouw, wat 00k weer aangeeft dat groot per definitie niet storend hoeft te zijn. In het gesprek dat we voerden met de heer Uenk bleek dat er ten aanzien van de goot ­ hoogte nog concessies waren gedaan. Zij hadden het graag nog een meter hoger gehad. Het bedrijf was tot vorig jaar een gemengd bedrijf met akkerbouw en daar- naast de melkveehouderij. Ook hier heeft men de keuze gemaakt om te specialiseren en in dit geval werd het de akkerbouw. Door de hoge investeringskosten werd het steeds moeilijker om deze beide ‘takken’ naast elkaar voor te zetten. Daarnaast speelde ook arbeid een rol. In de herfst werd het toch wel erg druk. De ligboxenstal en de oude koeienstal van Twickel zijn afgebroken en op die plaats is de nieuwe aardappelbewaarplaats en werk- tuigenberging gebouwd. De aardappelbe ­ waarplaats is door de heer Uenk gefinan- cierd en de werktuigberging door Twickel. Naast de akkerbouw houdt men nog zo’n 30 stuks vleesvee. Deze worden geweid op 16 ha zomerdijk en zullen ook straks in de Kleine Geldersche waard worden ingezet. De bedoeling is om dit aantal nog te ver- dubbelen. De akkerbouwtak omvat op dit moment 130 ha. Dit is inclusief eigen en los bijgepachte grond. Op het bedrijf is een vaste medewerker aanwezig. Problemen In ons gesprek kwamen we ook op de knel- punten ten aanzien van de bedrijfsvoering. Wat in de eerste instantie voor ons zo mooi leek, bleek ook een keerzijde te hebben. Het gebied ligt in een Habitat richtlijngebied en maakt deel uit van het Natura 2000 gebied de Geldersche Poort. In de beheerplannen geeft men aan dat het waterpeil omhoog moet om de rietontwikkeling voldoende kans te geven.

pagina 11 najaar 2008

J A A R G A N G 7 NAJAAR 2008 ■®r Twickel Baksteenfabricage longs de rivieren “Denkend aan Holland zie ik brede rivieren traag door oneindig laagland gaan". Deze eerste vier regels van de dichter en prozaschrijver Hendrik Marsman (1899-1940) zijn wereldberoemd gewor- den en hebben tot op de dag van vandaag aan betekenis niets verloren. Marsman zal ongetwijfeld bij het schrijven oog in oog hebben gestaan met de talloze steen- fabrieken en de ‘stem van het water met zijn eeuwige rampen’ hebben gehoord. Van de honderden steenfabrieken langs deze ‘brede rivieren’ zijn er niet veel meer over. Het gros sneuvelde als gevolg van saneringen in deze bedrijfstak. De over- gebleven rui vormen nu een spook- achtig beeld in het rivierenlandschap. Het stroomgebied van de Hollandse IJssel, Oude Rijn en Vecht was reeds in de Middeleeuwen bekend om zijn bloei- ende baksteenfabricage. De verschuiving vanuit het westen van Nederland naar het gebied van de grote rivieren begon reeds voordat de regule- ring van die rivieren systematisch ter hand werd genomen. De vestigingsvoorwaarden in het nieuwe gebied waren uiterst gunstig, doordat de uiterwaardenklei niet alleen eenvoudig was af te tichelen, maar vooral door de omstandigheid dat ze van uitstekende kwaliteit was, met name voor het bakken van straatstenen. Klei bestaat uit zeer fijn zand, kleimine- ralen, metaaloxiden, plantenresten en kalk. Als er veel ijzeroxide in de klei zit, wordt de baksteen bij het bakken rood. De baksteen wordt echter geel wanneer de klei veel kalk bevat. In tegenstelling tot het rivierengebied en de polders gebeurde het aftichelen in Nederland 00k op de hoge gronden, zoals in Twente, de Achterhoek, Noord-Brabant en Limburg. Illustratief in dit verband is Museum Steenfabriek ‘De Werklust’ in Losser. De klei kwam hier ongeveer 130.000 jaar geleden (in de den na laatste ijstijd) samen met het Steenfabriek Losser. Na museum. landijs vanuit Scandinavie en zette zich af met een dikte van 20 tot 25 meter. Het afgraven van de klei geschiedde met een excavateur (baggermachine). In 1999 is het totale complex aangewezen als rijksmonument. Het aftichelen in het rivierengebied gebeurt nu meestal met een dragline/shovel, zo 00k in de Kleine Gelderse Waard. In de directe omgeving van Zevenaar bevindt zich de ‘Panoven’ uit 1880, waarin nu het Baksteen- en Dakpannenmuseum is gevestigd. In 1982 werd het vuur in de ronde zigzagoven gedoofd als gevolg van de economische malaise in de bouw. De oven is de laatste van zijn soort in West- Europa en is een Industrieel Monument in ‘optima forma’. Helmig Kleerebezem

pagina 8 najaar 2008

Teruggave a cm natuur van Kleine Gelderse Waard In de jaren negentig van de vorige eeuw ontstond het plan om de Kleine Celderse Waard (circa 60 ha landbouwgrond), nabij Oud-Zevenaar, door reliefvolgende ontkleiing te ontwikkelen tot een moerasachtig natuurgebied. Jan Bengevoord schreefin het Twickelblad 2/2003 uitvoerig over deze unieke ingreep, onderdeel uitmakend van het omvangrijke Duits/Nederlandse Celderse Poort project. Wilke Schoemaker Hep onlangs met uiv redactielid door dit ontwik- kelingsgebied, een ‘paradijsje’ in wording tussen twee voormalige rivierlopen,Rijnstrangen genaamd. De Grote en Kleine Gelderse Waard zijn voormalige uiterwaarden, die sinds 1970 niet meer in verbinding staan met de Rijn. Het circa 300 hectare grote gebied bestaat, zoals beschreven in hetgenoemde Twickelblad, voor het grootste deel uit vruchtbare, reliefrijke landbouwgronden. In de Grote Gelderse Waard wonen twee pachtboeren van Twickel: melkveehouder Grab en landbouwboer Uenk. Allebei actief betrokken bij het ontwikkelen van de plan- nen in de Kleine Gelderse Waard volgens Schoemaker. De kleiwinning vindt plaats in de Kleine Waard, die 00k wel als Kronkel- waard wordt aangeduid. Het gebied van circa 60 hectare bestaat afwisselend uit stroomruggen en dalen, waar de Rijn vroe- ger voortdurend zijn loop verlegde. De werkzaamheden zijn gestart in 2003 en wor- Wilke wijst stuk aan dot klaar is voor de natuur. den afgerond in 2018. Wilke: “De eerste twee jaar was de afname van ‘Twickelklei’ zeer matig, maar vanaf 2005 trok de econo ­ mic in de bouw weer aan, waardoor er gelukkig een explosieve groei kwam in de baksteenindustrie.” Baksteenfabrikanten De Stichting Twickel heeft voor de ont- ginning van klei, in vakjargon aftichelen genoemd, een contract afgesloten met steenfabrieken De Byland BV en Wiener- berger BV. Aan dit contract, 00k wel tichelovereenkomst’ genoemd, is het kleibestek (de manier van aftichelen) en de ontgrondingvergunning verbonden. De eigenlijke winning is uitbesteed aan de firma Delgromij, die op haar beurt de graaf- en transportwerkzaamheden Afgraven klei. De randen zijn bewust loodrecht gehouden tijdens bet aftichelen. De shovel heeft de roofgrond verwijderd. De volgendefase is het afgraven van de kleilaag. De vrijgekomen kleilaag. aan onderaannemers uitbesteedt. Jaarlijks maken de steenfabrieken een werkplan voor de winning van de klei. Dit plan moeten zij voor 1 november in het jaar daar- aan voorafgaand bespreken met Twickel en vervolgens voorleggen aan de provincie. Roofgrond Al hobbelend over een idyllisch, kronkelend weggetje bereiken we het paradijselijke gebied, de Kleine Gelderse Waard. De voettocht gaat langs plaatsen waar de klei al is verwijderd, maar 00k langs stukken waar de roofgrond al is verwijderd en de klei voor het aftichelen zichtbaar is geworden. Wilke: “Roofgrond is de bovenste laag landbouwgrond die hier 40 cm a 50 cm dik is en die de kleilaag bedekt. Deze roofgrond werd vroeger na het aftichelen weer op de plaats teruggestort. Hierdoor

pagina 5 voorjaar 2006

Viervoeters beheren de Kleine Gelderse In Twickelblad 2 uit het jaar 2003 wordt melding gemaakt van de natuurontwikkeling in de Kleine Celderse Waard. Dit 60 hectare tellende gebied is een onderdeel van de Celderse Poort en levert een belangrijke bijdrage aan het herstel van de natuurkwaliteit. Ruim twee jaar na het begin van de uitvoering zijn de eerste resultaten al waar te nemen. Met regelmaat is het een komen en gaan van met klei gevulde vrachtauto’s van en naar de steenfabrieken in de regio. Zorg- vuldig wordt het in driehonderd tijd door de rivier afgezette kleipakket afgegraven tot op de oude rivierbodem. Er ontstaat een reliefrijk gebied met open water, laag- veenmoeras en moerasbos. Na het ontgra- ven van de eerste hectares is de ontwik- keling in hoog tempo op gang gekomen. In korte tijd ontstaan fraaie rietzomen en vestigt zich wilg op de hogere delen. Het is gebruikelijk dat nS de oplevering van de ontgronding het gewenste beheer wordt ingezet. De ontgronding wordt naar ver- wachting in het jaar 2018 afgerond. In de tussenliggende periode zal de (bos)ont- wikkeling op de reeds ontgraven terreinge- deelten zo snel gaan dat een tweede ont- ginning nodig zal zijn om het gewenste beeld te bereiken. Om dit te voorkomen is ervoor gekozen al tijdens de uitvoering te starten met begra- zing door runderen die het gehele jaar in het gebied verblijven. Om de gewenste soortensamenstelling te realiseren is de inzet van viervoetige maaimachines een zeer adequaat middel gebleken. Het is van belang dat de ontwikkeling van het gebied nauwlettend wordt gevolgd. De stichting Twickel heeft zelf geen vee in eigendom. Hulp kwam van pachter W. Uenk. Hij is in het afgelopen jaargestopt met melken en heeft zich in belangrijke mate toegelegd op de akkerbouw. De in zijn pachtareaal aanwezige graslanden wil hij laten begrazen met vleesvee. Hier ligt de sleutel voor samenwerken. Ren6e Meissner heeft ons geadviseerd bij raskeuze, kuddesamenstelling en de inten- siteit van de begrazing. Dat heeft ertoe geleid dat Wim Uenk eind 2005 een koppel Charolay koeien heeft gekocht waarvan er op 24 december 5 in de Kleine Celderse Waard zijn ingezet. Twee oudere koeien waarvan er 66n drach- tig is en drie jongere dieren van bijna twee jaar waarvan er 00k iin dragend is. De kalveren worden in mei geboren. Qua voedselaanbod en weersgesteldheid is dat een gunstig moment van afkalveren voor vee dat het gehele jaar buiten verblijft. De grootte van het te begrazen gebied is op dit moment 7 hectare; waarvan 2 ha be- staat uit grasland. De koeien waren de eerste periode alleen op de graslandpercelen te vinden. Onze adviseur Rende Meissner heeft voorspeld dat aan het eind van de winter de koeien 00k houtige gewassen in hun menu op gaan nemen.Deze voorspelling is uitgeko- men. Het is spectaculair om te zien dat koeien wilgen met een dikte van 66n centi ­ meter zo naar binnen werken.Het tegen- gaan van de ontwikkeling van wilg is een belangrijke functie van deze begrazing. De kudde heeft al zo’n hechte band opge- bouwd dat het niet meer mogelijk is 6en individu uit de groep te halen. Het is van belang dat de volwassen koeien die vanaf het begin in het terrein zijn ingezet daar 00k blijven.Zij leiden de kudde, kennen het gebied en weten waar op welk moment het meest aantrekkelijke voedsel te vinden is. Het aantal viervoetige beheerders groeit mee in het tempo van de ontgronding. Ron Blom