Pagina 5 voorjaar 2018

Start landbouwcommissie
Twickel heeft een eigen landbouwcommissie in het leven geroepen. Deze commissie moet onderzoeken welke scenario’s kansrijk zijn om de landbouw op het landgoed
een waardevolle toekomst te geven. Het doel is om tot een concreet plan te komen, dat aansluit bij de ontwikkelingen in de maatschappij, in de landbouw en natuurlijk bij landgoed Twickel. In de commissie zijn pachters, het bestuur van Stichting Twickel en externe leden vertegenwoordigd. Onder voorzitterschap van Edwin Hecker, managing
partner van procesbegeleider Schuttelaar & Partners, is de commissie al één maal bij elkaar gekomen.

Nieuwe bank Carolinaberg
Wandelaars op Hof te Dieren kunnen op een nieuwe
bank genieten van de natuur op de Carolinaberg. Op het middelpunt in het Sterrenbos komen veertien lanen samen; het werd naar de mode van die tijd in 1760 aangelegd door Anna van Hannover. Al vanaf het begin stonden er diverse bankjes die als rust- en uitkijkpunt dienden. Door de hoogte van 49 meter boven NAP en het zicht op de aanliggende lanen heeft menig recreant hier een wild zwijn of hert waargenomen. De bestaande ronde bank raakte in verval. Eind januari heeft Stichting Twickel samen met de gemeente Rheden een nieuwe bank geplaatst op deze mooie locatie

Kokers op ‘kerkhof’
Ze vallen op door hun witte kleur en keurige rangschikking; kleine kokers op een stuk grond nabij de Breeriet waar
eerst een eiken/dennenbos stond. Een wandelaar dacht
zelfs een ‘klein kerkhof’ te zien, maar de kokers zijn nodig om een nieuw eikenbos te realiseren, zo verklaart bosbaas Gert-Jan Roelofs. “Omdat hier eikenbomen stonden kiemden op deze plek van nature veel eikels. Dit was voor ons een kans om een volgende bosgeneratie in de benen te krijgen, maar dan moeten de jonge eiken wel beschermd worden. Reeën en hazen vinden het namelijk heerlijk voedsel.”
Het idee om kokers rondom de jonge eiken te bevestigen is vooralsnog succesvol, want circa 90% van de beschermde eikjes groeit goed.
Restauratie jachtpalen
Twee zandstenen jachtpalen worden gerestaureerd. Van de palen ontbreekt het onderstuk. De jachtpaal bij boerderij Veld Sneijder, bij Beckum, was jaren geleden omver gereden. Het nog aanwezige bovenstuk werd toen herplaatst door medewerkers van Twickel. Een jachtpaal aan de weg van Hengelo naar Delden, ter hoogte van de rotonde bij het Gezondheidspark, lag in brokken op de grond en is daarna opgeslagen op de gemeentewerf. De jachtpalen op Twickel zijn 20-25 cm breed en 3 meter hoog, waarvan 1 meter in de grond. Er wordt een nieuw stuk zandsteen (Bentheimersteen) aan de paal toegevoegd zodat de afmetingen weer kloppen.

Pagina 20 najaar 2017

Egbert Jaap Mooiweer en Roy Schuurman

Landbouw

 

Boerenwijsheid voor vitale en vruchtbare bodems

Het is voor het blote oog niet direct zichtbaar maar de vitaliteit van de agrarische bodem staat onder druk. Twickel heeft als pleitbezorger van een meer duurzaam bodembeheer haar pachters een cursus

20 aangeboden. “Je krijgt andere inzichten“, zegt voorzitter Jeroen Groeneveld van de pachterscommissie.

“Als verse mest in de grond hoorde, dan groeven alle koeien wel een kuiltje”. Docent Rene Jochems van advies- en onderzoeksbureau Groeibalans komt gevat uit de hoek tijdens de cursus Bodembiologie &

Bemesting. In de zaal luisteren ruim twintig pachters van landgoed Twickel aandachtig toe. Rode draad in zijn betoog: het is in ieders belang; pachter en verpachter, om een gezonde, levende bodem te hebben. Deze bodems zijn veerkrachtig, klimaat-gebufferd, hoog productief, verbeteren de biodiversiteit en brengen gezonde gewassen en voedsel voort. De boeren krijgen kennis en instrumenten aangereikt om actief aan de slag te gaan met verbetering van bodemgezondheid
en vruchtbaarheid voor de lange termijn. Er worden allerlei thema’s behandeld, zoals structuurbederf, ziekte en onkruiddruk, mineralentekorten, voeding, oorzaak en gevolg van onhandige bemesting, machinedruk, etc. Veel informatie staat haaks op wat in de agrarische opleidingen is geleerd.
En het is ook een ander geluid dan dat boeren van gangbar

erfbetreders horen. De bodemanalyses stoelen teveel op
de (chemische) adviezen van de kunstmestindustrie, die al honderd jaar dezelfde zijn. Hierdoor ontstaat er een blinde vlek voor een goede balans tussen alle voedingsstoffen in
de bodem. De cursisten leren dat plantenwortels ongeveer 85% van hun voeding via de natuurlijke weg toegediend moeten krijgen en slechts 15% op een chemische wijze. Dierlijk mestgebruik, grondbewerkingen, gewasbescherming en organische kringlopen krijgen veel aandacht en worden geïllustreerd met praktische voorbeelden.

Al deze (nieuwe) informatie is voor cursisten soms even schrikken. Maar het klinkt toch ook wel logisch. En herkenbaar. Iedereen die met bodem en gezondheid bezig is, komt immers knelpunten tegen en die worden niet opgelost door de gangbare werkwijze. Sterker nog, deze is hier mede oorzaak van. Het gevolg is symptoombestrijding in plaats van een procesaanpak. Dit is niet alleen in de landbouw het geval, maar ook in natuurbeheer, waar vaak ook alleen gewerkt wordt vanuit chemische uitgangspunten. Meer kennis en inzicht in duurzame oplossingen is dus van groot belang.

Grote interesse van pachters en loonwerkers voor de Bokashi-proef op Twickel.

Pagina 9 najaar 2017

Boer-en-burger

van de rentmeester

Egbert Jaap Mooiweer

Het is hartje zomer stil op het landgoed. Op de rondweg
wordt uisterasfalt aangelegd en de afwezigheid van auto’s
is merkbaar. Enkele Chinese bezoekers kloppen op mijn
raam. Het regent en misschien zijn er paraplu’s te leen?
Al pratende kom ik erachter hoe ze op Twickel terecht zijn
gekomen. Een zakentrip naar Enschede en de roem van het
kasteel blijkt de entree voor een partnerprogramma. Niet van
suiker en gewapend tegen zomerse buien vertrekken ze via de 9 landgoedwinkel naar de tuinen om een paar uur later terug te
komen om te bedanken.

 

Yoghurt van Vliek, gemaakt op Twickel.

Ook op Twickel zullen we net als in andere bijzondere gebieden gaan merken dat welvarende Chinezen en Indiërs ons bezoeken. Recent was ik in de Weerribben. Nabij opa’s oude pachtboerderij met de familie een uisterbootje huren in Kalenberg. Toerisme blijft er kleinschalig, heel anders dan in het nabije Giethoorn. Na a oop nemen we een ijsje. Van Weerribben-zuivel en dat proef je! Op de terugweg
zien we in het dorp Nederland vrachtwagens van een zuivelboerderij wegrijden. Hier wordt grootschalig geboerd in een kleinschalig landschap met hoge natuurwaarden en hebben producten een hoge toegevoegde waarde en smaak. Dergelijke bedrijven vormen een grote inspiratie.

Binnenkort gaat het College van Regenten op studiereis met als onderwerp ‘natuurinclusieve landbouw’. Goede voorbeelden liggen verspreid door het land maar we concentreren ons op Gelderland. Het bedrijf Remeker laat zien hoe van Jerseykoeien wereldklasse natuurkorstkaas wordt gemaakt. Doornik Natuurakkers geldt als voorbeeld van herstellende

landbouw met oude en biologische graanrassen tussen de vlechtheggen. Een gebied met één soort gras en gewas is in korte tijd omgetoverd tot een vogelparadijs. Familiebedrijf Den Eelder weet hoe je grootschalig zuivel vermarkt met een landelijke afzet. En biologische boerderij Veld en Beek teelt groenten in een potstal en produceert zuivel voor ruim 2.500 consumenten die lid zijn van Boer Jan.

Onze Twickel-boeren produceren meer melk dan we in Twente op kunnen drinken. Op goed ingepaste moderne bedrijven op historische erven in een schitterend landschap. Dat is een merk op zich. Twickel vormt het groene hart van metropolitane landschappen als de Twentse stedenband

en Wassenaar-Voorschoten. Een toegevoegde waarde die moet terugkomen in de prijs en uit de anonimiteit van de wereldmarkt moet worden gehaald. Daar ligt een belangrijke opgave. Maar ook in het herstellen van de band ‘boer-en- burger’. Mooi woord voor op een menukaart. Eet smakelijk!

pagina 8 2017 najaar

Hoe woeste grond cultuurgrond werd

Als Johan Huiskes (83) de kalfjes melk heeft gebracht, neemt hij samen met zoon Henk
(47) en zijn echtgenote Sinie (88) plaats in de huiskamer. Met een fotoboek op tafel verhaalt hij over de bijzondere geschiedenis van het melkveebedrijf. “Mijn ouderlijk huis staat hier vlakbij, Hoeve De Haar. Mijn broer nam dat bedrijf op enig moment over maar ik wilde ook boer worden. Toen zei mijn vader dat we dit
ook wel konden aanpakken. Dit was woeste grond, met heide en velddennen. Toestemming om van natuur cultuurgrond te maken, kreeg
je niet zomaar. Daar moesten we heel wat voor ‘kuieren’ met toenmalig rentmeester Brunt en de provincie. Het was intensief overleg maar het ging soepeler dan nu. Toen waren er namelijk niet zoveel regels. Als je nu een boompje wilt kappen, moet je eerst naar het gemeentehuis om een papiertje te halen.”

“Het totale stuk grond dat is ontgonnen is tien hectare. We zijn begonnen in 1952 en hebben het in drie verschillende fases aangepakt. Om het in één keer te doen, was het te groot. Mijn vader, broer en ik zijn begonnen met de schop en de bijl. We hebben eerst de bomen en struiken verwijderd. Dat waren ontelbare bomen. Als je nu iets moet afzagen, trek je aan een touwtje maar toen was het allemaal handwerk met de zaag en de bijl. We waren niet verwend maar het was wel dankbaar werk. Hier op deze foto zie je het trekkertje waarmee we de boel versleepten.

 

Johan Huiskes heeft al ruim zestig jaar een agrarisch bedrijf aan de Grote Looweg. Waar nu koeien in de wei lopen, stonden vroeger bomen en groeide heide. “Dit is een ontginningsbedrijf.”

Goed voor tweeëntwintig pk, maar als we er een lier tussenzetten, werd het tachtig pk. Een enkele dikke berk die we niet de baas konden, lieten we staan.”

“Om het land te ploegen en te egaliseren, hebben we het bedrijf Ten Kate uit Balkbrug ingeschakeld. Die had een bulldozer en een hele grote ploeg. Soms werd er wel tot een meter diep geploegd. Kijk, op deze foto zie je Bertus en Gerard. Bertus liep achter de ploeg en aan het eind van het land ging hij er al rijdend scheef op liggen om hem uit de grond te halen en te kunnen keren. En hier op deze foto zie je dat we met paard en wagen kalk strooien. Dat moest wel om de grond goed ‘gangs’ te krijgen. Daarna moest je het nog goed bemesten. Op deze foto zie je de aardappels er al op staan. Later hebben we het afgewisseld met gras en graangewassen en zo kregen we de grond wel aan de gang.”

“In 1958 is het derde en laatste stuk grond geëgaliseerd en in 1962 is de woning gebouwd. Toen pas ben ik verhuisd van Hoeve De Haar hier naar toe. Toen we trouwden en de grond gereed was kwam er vee op het bedrijf. Eerst koeien, maar later ook varkens. Langzaam is het bedrijf groter geworden. In 1978 is er een ligboxenstal voor de koeien gebouwd. In 1997 hebben we afscheid genomen van de varkens en is de stal omgebouwd voor het jongvee. Toen mijn broer ‘uit de tijd’ ging, kregen we grond erbij die hij van Twickel pachtte. Momenteel hebben we zo’n dertig hectare en zo’n vijftig stuks vee.”

“Achteraf gezien is het een grote klus geweest, maar we hadden eigenlijk geen keuze. Nu staan er genoeg boerderijen te koop, heb je ze voor het uitkiezen maar in die tijd boerde iedereen door. Zelf ga ik zo lang mogelijk door. Ik werk elke dag nog mee op het bedrijf. Het is liefhebberij en van stilzitten word je oud.”

Pagina 6 najaar 2017

Spaanse varkens

onder Twentse eiken

Bierbrouwer, restauranteigenaar,
6 kof ebrander, houder van Black Angus-

koeien en binnenkort ook van Spaanse Iberico-varkens. Frank Hendriks, de nieuwe bewoner van de Twickelboerderij Groot Altena in Beckum, is een Twentse duizendpoot.

auteur Een echte stadsjongen noemt Hiska Bakker Frank Hendriks zichzelf. Geboren

en getogen in het centrum van Actueel Hengelo. En sinds kort wonend op

een Twickelboerderij met bijna drie

hectare aan land. Groot Altena ligt, zoals Hendriks beeldend zegt, met de neus naar het dorp
en met de kont naar de landerijen. Over het erf loopt een

weggetje waar veel etsers en wandelaars gebruik van maken, op weg naar de de Twickelse bossen. Hendriks en zijn vrouw Renate, die Berner Senners fokt, wandelen zelf graag in dit achterland. “Heel bijzonder”, zegt Hendriks. “We wonen hier nu een paar weken en de honden zijn beter te pas, helemaal blij met de ruimte hier.”

Groot Altena bestaat al sinds 1475; de stenen boerderij stamt uit 1844. Waarom is Hendriks met zijn gezin verhuisd naar Beckum? Dat heeft alles te maken met Hendriks plannen om een varkenstheater te maken. Pardon, theater? Hendriks:
“Ik wil een plek maken waar mensen kunnen zien hoe varkens leven, inclusief het baren en grootbrengen van hun biggen.
En dan niet zomaar varkens, maar Iberico’s, Spaanse varkens die uit de Pyreneeën komen. Sterke beesten met een vrolijk karakter, zwartbehaard en echte scharrelaars die veel eikels op het menu hebben staan.” En laat hij nu net een mooi stukje land met hoge eikenbomen hebben waar een oud melkhuisje staat dat hij gaat omtoveren tot kraamkamer. Iedereen die wil,

Het melkhuisje wordt verbouwd tot kraamkamer voor de varkens.

7

Frank Hendriks: “Ik wil bijzonder zijn in Twente”.

kan straks door de raampjes naar binnen kijken naar zeug en nageslacht of buiten zien hoe de varkens in de modder rollen.

Bierbostelbrood

Hendriks is ontwikkelaar van een serie producten met Twente als kwaliteitslabel: bier, kof e, brood, rundvlees. In 2008 begon hij met de Twentse bierbrouwerij: lokaal geproduceerd bier in acht smaken. Rond op de tong met namen als Twents Oer Pils of Twents Amber. De moutgerst laat hij verbouwen

in Vroomshoop. “Ik was gisteren nog bij de boer om te kijken wanneer we gaan oogsten.” Hij pakt zijn mobiele telefoon
en laat zien dat nog niet alle graan hangt: pas als de koppen geknikt zijn, is de gerst klaar om van het land gehaald te worden. Kof e is zijn volgende product. Hij laat kof ebonen branden die een zachte en milde kof e geven. Hendriks: “In de Randstad drinken mensen veel sterkere kof e, daar krijg je één kopje. Hier in Twente krijg je nog een keertje ingeschonken, omdat onze kof e veel vriendelijker is.” Hij ontwikkelde

het Twents bierbostelbrood dat geserveerd wordt in het restaurant bij de Twentse bierbrouwerij, op het terrein van het Hazemeijercomplex in Hengelo. En tenslotte zorgt hij voor Twents rundvlees. Hij houdt zeventig Black Angus-koeien in Markelo. “Dan weet ik namelijk zeker wat ze voor voer krijgen en dat ze goed kunnen leven voordat ze geslacht worden.
We brengen momenteel één koe per drie weken naar de slachter en gebruiken alles van kop tot staart. Mijn koeien zijn hier geboren, getogen én worden hier geslacht en gegeten”

Pagina 6 voorjaar 2017

Groeien

met de grens in zicht

Raymond Bergman wordt in de rug gesteund

door moeder Mariët en vader Geert.

Op erve Rotman in Breklenkamp wordt al eeuwenlang geboerd door de familie Bergman. Mooie en moeilijke tijden wisselen elkaar af. Raymond, vertegenwoordiger van de zesde generatie, gaat de uitdaging aan en kijkt vooral vooruit. “Het komt goed.”
Op erve Rotman is een moderne ligboxenstal gebouwd. Bakspieker (links) en oude melkstal.

A U T E U R Een lage melkprijs, verhoging van

Martin Steenbeeke de pachtprijs en een aangekondigde

inkrimping van de veestapel.

A G R A R I S C H 2016 was voor melkveehouders een

lastig jaar en ook 2017 zal niet echt

makkelijk worden, zegt Raymond

Bergman (31). Aan de keukentafel bij zijn vader en moeder verklaart hij geen enkele spijt te hebben van het besluit het ouderlijk bedrijf over te nemen. “Als kind groei je er als het ware in. Ik vond het uitdagend maar in de keuze om het wel of niet te doen, ben ik volledig vrijgelaten. Nu ga ik er helemaal voor.
De vrijheid is het mooiste wat er is.” En waar zijn vader af en toe wel eens moedeloos wordt van ‘zwalkend overheidsbeleid‘, ziet Raymond de zon achter de wolken schijnen. ”Ik kijk vooruit en mijn gevoel zegt dat het goed komt.”

Met vader Geert (62) en moeder Mariët (60) vormt hij sinds 2006 een maatschap. Het bedrijf aan de rand van Nederland, 68 hectare groot, telt 140 melkkoeien met bijbehorend jongvee. Tot twaalf jaar geleden was er ook een varkenstak maar deze is bewust afgebouwd. Twickel was geen voorstander van deze vorm van intensieve veehouderij en Raymond heeft een voorkeur voor rundvee. Op de plek van enkele oude (varkens)stallen werd een moderne ligboxenstal gebouwd. “In 2007 zaten we op zo’n negentig melkkoeien en we zijn geleidelijk gegroeid. Toen het melkquotum in 2015

eraf ging, hebben we wat grotere stappen genomen en is het aantal koeien met enkele tientallen gestegen.” De uitbreiding was noodzakelijk, omdat er door de entree van Raymond in het bedrijf een extra inkomen gegenereerd moet worden. Maar sinds boeren zoveel mogelijk melk mogen produceren als ze willen, is de melkprijs gedaald. En de stijging van de veestapel leidt tot een hogere fosfaat uitstoot dan Brussel toestaat. Om aan de Europese regels te voldoen, wordt de veestapel met 4% gereduceerd en mag er minder mest op het land worden gebracht. Groei wordt zo een stuk lastiger. “Een tegenslag”, erkent Raymond. “De laatste jaren werden we door Friesland Campina bijna maandelijks gevraagd wat onze toekomstvisie was. Je werd als het ware gepusht om te groeien. In die trend zijn we meegegaan.”

Tabakswaar

Spijt is er niet, zegt Raymond. Eerder trots. “Als ik kijk naar de afgelopen tien jaar hebben we, met alle risico’s die er aan verbonden zijn, best wel wat neergezet. En in de melkveehouderij heb je nu eenmaal altijd goede en slechte jaren.” Dat het bedrijf de weg der geleidelijkheid heeft bewandeld en in goede jaren een buffer opbouwde, stelt ze nu in staat te ‘overleven’. En overleven is de familie Bergman wel toevertrouwd, legt vader Geert uit. In de crisisjaren voor de Tweede Wereldoorlog creëerde zijn grootvader al een extra bijverdienste door verse melk in Duitsland te verkopen.

Pagina 9 winter 2016

aan de maatschappelijke ontwikkeling van individualisering en verbrokkeling.”

“De kamer is nauwelijks aangetast, in de boekenkast nog haar lievelingsboeken … een geschilderd jeugdportret van haarzelf in vergulde lijst, en daaronder haar secretaire met fotolijstjes erop en een globe.” (fragment Klein Verslag ‘In de sporen van Fürst Pückler (1)’)

“De barones zou hier morgen weer terug kunnen keren. Het huis is nog compleet zo ingericht als in haar tijd, tot en met het beddengoed in de kast. Dat draagt bij aan het mysterie en heeft een aantrekkingskracht, ook op mij. Het is heel bijzonder

als ik in de bibliotheek mag bladeren in kostbare, mooie boeken van bijvoorbeeld Fürst Pückler, de Duitse landschapsarchitect.

Door Twickel is mijn interesse in parken en tuinen vergroot. Ik kan me voorstellen dat ik daar op door ga. Want landgoederen gaan bij het creëren van gemeenschapszin een grotere rol spelen. Mensen zoeken openbare ruimtes waar ze graag willen zijn. Steden laten het afweten. Een van de drama’s van de huidige stedenbouw is dat er nauwelijks aandacht is voor de openbare ruimte. Twickel is wat dat betreft echt een schat.”

“Hier geen agrarwüste zoals
in de polders, en ook geen eindeloos productiebos, en
al helemaal geen nieuwe wildernis met grote grazers, maar een mengeling van boerderijen op oud gebintwerk, en weidepercelen, door boomgroepen en houtwallen onderbroken, en kleine natuurgebieden, met beken en spiegelvijvers, met natte heide en vliegerdennen.” (Fragment Klein Verslag ‘Bij het vallen van een eik’)

Melkveehouders hebben het zwaar

Het is nu zo’n anderhalf jaar geleden dat het melkquotum
werd afgeschaft. Sommige boeren zagen 1 april 2015 als ‘bevrijdingsdag’. De werkelijkheid was minder aangenaam.
Een deel van de melkveehouders heeft ink geïnvesteerd in
stallen en breidde hun veestapel uit. De melkproductie steeg
snel maar de vraag naar melk groeide nauwelijks. Gevolg:
dalende melkprijzen en groeiende mestoverschotten. De 9 veehouderijsector produceert in de ogen van de Europese

Commissie te veel fosfaat. Staatssecretaris Van Dam heeft onlangs met de landbouworganisaties en de zuivelsector
een akkoord bereikt om vanaf 2017 de fosfaatproductie met 8,2 miljoen kilo te verminderen. Alle veehouders moeten hun melkveestapel met minimaal 4% ten opzichte van 2 juli 2015 terugbrengen, ook degenen die helemaal geen mestoverschot hebben. Melkveehouders die sterk zijn gaan uitbreiden in

2014/2015 worden voor een belangrijk deel ontzien terwijl daar juist de oorzaak van de overproductie ligt.

Ondertussen worstelen melkvee- houders met hun liquiditeit. De melkprijs is wel iets opgekrabbeld maar nog niet eens kostendekkend. Speciaal voor pachters komt daar het probleem bij van de sterke verhoging van de pachtprijzen. In Nederland zijn deze centraal geregeld. Pachtprijzen bewegen mee met de resultaten van het gemiddelde landbouwbedrijf in

de betreffende regio. Dat gebeurt helaas met een vertraging van ca. 4 jaar. Na enkele jaren met teruglopende pachtprijzen lopen deze nu weer

snel op omdat in 2013 en 2014 de melkveehouderij goede jaren doormaakte. Zo gaan de pachten, die in het algemeen achteraf betaald worden, in 2016 met 20% omhoog en in 2017 zelfs met 29%. Naar verwachting dalen ze in de jaren daarna weer even snel. Een idioot systeem waar de landbouwsector destijds zelf voor gekozen heeft. Als beheerder van een groot landgoed met veel pachters zou ik dat graag anders zien. Waarom zouden we niet met onze eigen pachtersvereniging afspraken kunnen maken over een meer gelijkmatige ontwikkeling? Net als de pachters zit de stichting niet te wachten op pachtinkomsten die van jaar tot jaar sterk wisselen. Helaas geeft de wetgever ons die ruimte niet.
En wat de milieubelasting betreft is er in mijn ogen uiteindelijk maar één goede maatstaf: koppel de maximale veebezetting aan het beschikbare bedrijfsareaal. Een bedrijf met twee koeien per hectare kan op eigen grond voldoende voer produceren en heeft geen mestoverschot. Het is een simpele regel en je hebt dan indirect ook de melkproductie beteugeld zodat er meer kans is op een fatsoenlijke melkprijs. Gezonde pachtbed

Pagina 16 zomer 2016

“Blij en trots dat we dit hebben bereikt”

Een boerenbedrijf verplaats je niet zo makkelijk. De familie KornetVrugteman deed het en verruilde een boerderij aan de Demmersweg voor een agrarisch bedrijf aan de Hagenweg in Deldenerbroek, hemelsbreed 750 meter verderop. “Hier hebben we een toekomst.”

auteur Martin Steenbeeke Landbouw

Op en rond het erf aan de Hagenweg slingeren nog spullen die op de juiste plek moeten worden gezet. Onder meer de kuilplaats, eendenren en tuin zijn nog niet klaar maar in grote lijnen is de verhuizing – inclusief de bouw van een nieuwe ligboxenstal – voltooid. De verplaatsing van 80 stuks melkvee, een tiental pony’s, wat pluimvee en zeven familieleden uit vier verschillende generaties, had heel wat voeten in de aarde. Maar nu overheerst de opluchting. “We zijn gigantisch blij en trots dat we dit bereikt hebben”, zegt Rianne Vrugteman-Kornet. “We hebben eerlijk gezegd nooit gedacht dat dit mogelijk was, maar we zitten nu op een grandioze mooie plek waar we aan de toekomst kunnen bouwen.” Op erve Schuttendam, de oude boerderij aan de Demmersweg, zat het bedrijf min of meer op slot. De stallen waren verouderd en er was rond het bedrijf te weinig grond om de koeien in de wei te kunnen lopen. De meeste kavels van de 50 ha grond, lagen her en der verspreid in de omgeving. “Je reed meer met de trekker op de weg dan in het weiland”, licht vader Henk Kornet toe. Zijn vader was een weesjongen die op 11-jarige leeftijd als knecht bij pachtboer Ten Pierik op erve Groot Rouweler ging wonen. Later trokken de boerenknecht en zijn vrouw Dina in bij drie vrijgezelle broers op erve Schuttendam, waarna ze in 1947 het gemengde bedrijf overnamen. Nadat Henk het bedrijf had overgenomen, steeg het aantal koeien, werd een ligboxenstal gebouwd en kwamen er pluimvee en pony’s bij maar al met al waren de bedrijfseconomische vooruitzichten niet goed. “Ik wilde graag door met het bedrijf, maar dan moest ik wel kunnen investeren in onder meer een nieuwe stal. En ik wilde mijn koeien in de wei kunnen laten lopen. Dat is de toekomst van de melkveehouderij”, zegt Rianne. Toen een ruilverkaveling niet leidde tot een vergroting van de huiskavel, en de aanleg van nieuwe natuur het bedrijf nog meer begrensde, kwam het besef dat de benodigde investeringen op deze plek niet realiseerbaar en rendabel waren. In een gesprek met Stichting Twickel kwam vorig jaar april de mogelijkheid voorbij om een bedrijf aan de Hagenweg te kopen. De vorige eigenaar stopte zijn agrarische activiteiten en de omliggende gronden kon Twickel verwerven. Van de zestig hectare (pacht)grond waar Kornet-Vrugteman nu over beschikt, ligt driekwart gunstig gelegen rond de boerderij. “We konden het eerst niet geloven. In dezelfde buurt en met de gebouwen en ondergrond in eigendom. Mooier kan niet”, verklaart Rianne. Een boerenbedrijf verplaatsen, ook al is het slechts over een korte afstand, is makkelijker gezegd dan gedaan. Er komt heel wat administratie en overleg bij kijken. Stichting Twickel, de gemeente Hof van Twente; de Diergezondheidsdienst; de lijst met instanties die betrokken zijn, is lang en divers. Er was wel steun van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland maar uiteindelijk moet je alles zelf doen, concludeert Rianne. “Dat viel ons wel zwaar. Twickel heeft ons weliswaar goed geholpen maar veel zaken, zoals vergunningen, moet je zelf regelen.

De familie Kornet-Vrugteman. Achter vlnr: Diny, Henk, Rianne en Arnold. Voor vlnr: Dina, Yanique en Marith.

Pagina 9 zomer 2016

zijn vrouw Marjon en zijn drie kinderen. In 1998 volgde een tweede grote verandering. We bouwden een tweede ligboxenstal en breidden de varkensschuur uit. Het fokken met vermeerderingszeugen liep toen nog goed. In die tijd zijn in Twente overal ligboxenstallen voor melkvee gebouwd met verdiensten uit de varkens. Na 2000 kwam de ommekeer en werd het met melkvee verdiende geld geïnvesteerd in varkens.” “Dankzij een maatregel van de provincie Overijssel zijn we ons in 2009 gaan specialiseren. In extensiveringsgebieden mocht je uitbreiden in melkvee als je de varkenstak afstootte. En zo zijn we verder gegaan met melkvee. In 2013 hebben we onze eerste melkrobot ingezet. De tweede melkrobot kregen we in 2015. De koeien laten zich nu melken wanneer zij willen, gemiddeld zo’n 3,5 keer per etmaal. De op de robot aangesloten computer laat onder meer precies zien hoeveel melk een koe produceert en hoeveel voedsel ze eet en wat dus het rendement is. We hebben nu 110 melkkoeien en 120 stuks jongvee.” In de keuken staan zilveren koeien en borden uitgestald, die zijn uitgereikt voor het behalen van een melkgift van 100.000 liter per koe. Enkele jaren geleden was zo’n melkgift nog heel bijzonder. Door zorgvuldig fokken hebben de Luttikhedde’s een zeer productieve veestapel opgebouwd. Het fokken van melkvee is nu de tweede tak van het bedrijf. Ze exporteren embryo’s naar vele landen binnen Europa maar ook naar Nieuw-Zeeland en Australië. Door ontwikkelingen, met DNA-analyse, wordt de groep topfokkers steeds selecter. Ze horen daar nog steeds bij. “Maar”, waarschuwt Freek Luttikhedde: “je moet niets doen wat boven je macht ligt.”

van de rent meester auteur Albert Schimmelpenninck

Crisis in de landbouw Op een boerderij bij Ruurlo werden onlangs circa 400 varkens gevonden die al maanden daarvoor waren dood gegaan door verwaarlozing. De boer had financiële problemen en verkeerde in een sociaal isolement. Dergelijke treurige situaties komen gelukkig niet zo vaak voor maar nemen toe, zeker nu het zo slecht gaat in de landbouwsector. In de varkenshouderij wordt al jaren nauwelijks meer wat verdiend. De varkenscyclus blijft veel te lang hangen in het prijsdal. In de melkveehouderij gaat het al niet veel beter. Door het vervallen van de melkquotering ruim een jaar geleden is de melkproductie flink toegenomen. De vraag naar zuivelproducten groeide echter nauwelijks en dat levert een fors productieoverschot op. Het logische gevolg is een flinke prijsdaling waardoor de meeste melkveebedrijven nauwelijks meer wat verdienen. Dankzij de melkquotering waren melkveehouders meer dan dertig jaar gewend aan redelijk constante inkomens. Dat lijkt nu verleden tijd. Ook melkveehouders zullen moeten wennen aan sterk schommelende inkomens. Je ziet het ook in het landschap. Zag je een paar jaar geleden overal nieuwe ligboxenstallen verrijzen, nu zijn er nauwelijks bouwactiviteiten. Ik maak me trouwens ook wel eens zorgen over sommige bedrijven die de goede jaren niet gebruikt hebben om te investeren in betere stallen en dergelijke. Het wordt in de huidige onzekere tijd bijna onmogelijk om de opgelopen achterstanden nog in te lopen. Omgekeerd heb ik bewondering voor degenen die wel hun nek hebben uitgestoken door te investeren, al ben ik niet altijd blij met de omvang van de stallen! Meer melk betekent ook meer rundvee. In de afgelopen twee jaar is de rundveestapel na vele jaren van stabilisatie weer flink gegroeid. Dat veroorzaakt een ander probleem. Nederland produceert te veel fosfaat en overschrijdt daarmee het ‘fosfaatplafond’ . Staatssecretaris Van Dam heeft besloten dat er per bedrijf een fosfaatreferentie komt en dat er kortingen nodig zijn om landelijk weer aan de norm van de Europese Commissie te kunnen voldoen. Jammer dat men in Den Haag niet eerder heeft ingezien dat er na de afschaffing van het quotum een andere rem moest komen om overproductie en verdere intensivering van het grondgebruik tegen te gaan. De kortingen op de fosfaatproductie gaan pijn doen maar hopelijk leidt het ook tot beperking van de melkproductie zodat de prijs weer wat kan aantrekken. Dat is gunstig voor de melkveehouders want het gaat er tenslotte niet om zoveel mogelijk melk te produceren maar vooral om daar een redelijk gezinsinkomen uit te halen.

Pagina 8 zomer 2016

Opgroeien met het gedachtegoed van Mansholt

Ingesloten door het Twentekanaal, de snelweg en de bebouwing van Hengelo en Delden ligt in het beekdal van de Twickelervaart en de Oelerbeek het erve Oelhorst. Het enige wat hier recht loopt is het kanaal, zegt veeboer Freek Luttikhedde over het door grillige bosranden omzoomde weidelandschap.

Mijn twickel auteur Aafke Brunt

Toch ligt hier een modern familiebedrijf. “Mijn grootvader was pachter op een boerderij van baron Van Heeckeren in Gelselaar en mijn vader pachtte de Twickelboerderij Klein Peddemors in Enterbroek”, verklaart Freek Luttikhedde zijn agrarische roots. “Zijn vrouw Betsy ten Zeldam met wie hij het bedrijf heeft uitgebouwd, is onlangs overleden. “Haar grootvader kwam van Hermelink in Woolde, dat daar nog steeds bekend staat als Ten Zeldam. In 1916 vertrok hij naar Oelhorst “, vervolgt Freek. “Nadat ik na de middelbare landbouwschool een aantal jaren had gewerkt als bedrijfshulp, namen Betsy en ik in 1971 de boerderij over van haar overleden vader. We trokken in bij mijn schoonmoeder en zwager. Mijn zwager, die met weinig plezier boerde, ging werken bij AKZO. De gebouwen stonden er goed bij maar sinds de oorlog was er weinig veranderd. De boerderij bestond uit 14 hectare grond, 14 koeien, 18 zeugen en een paard. De verkaveling was heel kleinschalig en de leemhoudende grond zo vochtig, dat de zoden al na één buitje door de koeien werden vertrapt.” “Ik ben opgegroeid met het gedachtegoed van Sicco Mansholt: subsidies, schaalvergroting en daarmee verhoging van de voedselproductie om de in de oorlog ontstane tekorten weg te werken. Door de bevolkingsgroei en de export bleef de vraag in de naoorlogse jaren toenemen terwijl het aantal boeren, ook nu nog, gestaag afneemt. Toen we in 1971 begonnen hadden we acht noabers die melkten. Nu zijn we in onze buurt de enigen. Het is moeilijk om een evenwicht te bereiken. In de jaren zeventig kregen we te maken met overschotten. Dit leidde in 1984 tot de door ‘Brussel’ ingestelde superheffing. Voor melkleveranties boven een vastgesteld quotum betaalde de boer een heffing.” “Op grond die in pacht werd gegeven, bezat de verpachter de helft van het quotum. De andere helft was van de pachter. Het quotum van pachters die stopten ging over naar de verpachter. Bij mijn weten is de Stichting Twickel de enige verpachtster die uit haar bezit quota gratis ter beschikking stelde aan pachters. Deze quota gingen bijvoorbeeld naar pachters die meer grond kregen of van varkens overgingen op melkvee. In april 2015 is de superheffing afgeschaft. In de aanloop daarvan hebben veel boeren geïnvesteerd in grote stallen voor meer vee maar nu ligt de melkprijs onder de kostprijs. Voorlopig kunnen we het als familiebedrijf zonder personeelskosten nog wel even uithouden.” In 1973 bouwden we een jongveestal. Een grote verandering voltrok zich in 1977. We bouwden toen een ligboxenstal en tegelijkertijd vertimmerden we het achterhuis van de boerderij tot kraamafdeling voor zeugen. We kregen meer grond. Onze zoon Bert ging ook op de boerderij werken. Hij woont hier met

V.l.n.r: Marjon, Freek, Bert en Britt Luttikhedde. Vooraan Maud en Len.

Koe Coba 35 van erve Oelhorst.