Twickelbulletin pagina 10 1 1987

In et Altena’s Bos bliew ie eemn stoan Duur et Keerkvelder pad ’t Is onmeunig um te zeen Et is onvuurstelbaar leu Wat oons den zoern reegn hef andoan! Wat he’k nen mooin dag had. Vol beum zeent kats kapot le vroagt oe dan of Woarum toch mien leemn God. Goaw meer noar de oawerkaant Veurbiej et Lonink en de Beunder Duur et prachtige heidelaand. De kievitten duukt oawer de wei Reebokken schichtig as ze zeent Vleegt weg deur de nog greune hei. Uurrilang koj hier wa bliemn Meer ik mut weer noar thoes Want et lop a teegn viefn. Aj doar nooit bint wes Muj es gauw goan kiekn Hier is et Twickel op .zien bes. Loat oe nich langer neugn Et is nen prachtigen tocht Dee de lang zal heugn. April ’87 Frits H.J. Berghuis Twickel Jeugdnostalgie Onder de noemer ”15 jaar vrienden van Twickel”, schrijf ik dit stukje en naar aanleiding van een oproep in het laatste Twickel bulletin 1986. Mijn persoontje heeft zich altijd sterk verbonden gevoeld met dit landgoed en met alles wat daar bijhoort. Dit zal een gevolg zijn van het feit dat ik geboren en opgegroeid ben tussen de Twickelui. Het verhaal neemt een aanvang in het jaar 1950, toen zag ik het levenslicht op de kasteelboerderij. Mijn vader en moeder woonden in bij opa en oma, die op huh beurt de leiding van het boerenbe- drijf hadden. Vader is nog tot en met mei van dit jaar schilder op Twickel. Als jongen huppelde ik achter de boerenknechten aan die op de boerderij werkzaam waren. Van hen mocht ik veel doen, zoals op de bok van de wa- gen met de teugels in de handen en dan maar rijden. Verder mocht ik overal bij helpen zoals het voeren der dieren, op het land werken, maar daarover later meer.

pagina 15 winter 2005

Maas- Rijn- en IJsselvee op Twickel Twickel heeft zich in de fokkerij van de vorige eeuw toegelegd op het roodbonte Maas- Rijn- en IJsselvee. Dit vee was destijds beroemd als ‘dubbeldoelras’, dat willen zeggen zowel voor de melk als voor de vleesproductie geschikt. Het fokgebied lag in het rivierengebied langs de Maas, de Rijn en de IJssel. Dit veeras heeft in het oosten van Nederland grote bekendheid gekregen. Twickel heeft daarbij een belangrijke rol gespeeld. F rans Kuijpers, secretaris van de Stichting Archief Rundveeverbetering Noord-Brabant en Limburg heeft nagezocht wat er is gepubliceerd in de jaren tussen 1920 en 1927 in de Veldbode over Twickel. “Uit die publicaties bleek, dat de rundveehouderij op Twickel op een goed niveau stond en in die tijd toonaangevend was voorTwente”, aldus Kuijpers. Op de kasteelboerderij De beste koefamilie was wel die van de Klaartjes. Klaartje 19 en 20 werden zelfs in nationaal verband bekroond. Vooral is de familie bekend geworden door de stier Batavus 1 (no. 553 van het stamboek). Deze stier is op Twickel geboren en heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de opbouw van de MRY fokkerij in Limburg. Kuijpers: “Een kleinzoon van hem, Batavus 7274, werd op zijn beurt vader van de belangrijke stier- moeder Elsje van Joh. Coolen in Meyel. Deze Batavus was geboren in 1941, zag dus 24 jaarnazijn grootvader het levenslicht, wat dus wel duidt op een ijzersterke con- stitutie in zijn afstamming! Er zijn nu nog roodbonte fokstieren van naam, waarvan we in het verre voorge- slacht de stier Batavus 1 tegen kunnen komen.” Aparte klasse Slier Gijs van Boerderij Twickel. uit het oud fokkerij leerboek van Prof. Dr. H.M. Kroon uit 1915. Deze stier werd geboren in 1909. komen (3eprijs), achterde vier groepen IJsselvee, maar die waren dan ook van de allerbovenste plank. Het was dan ook goed gezien, een parallel-klasse alleen voor inzenders uit Twente open te stellen. En hierin ging Twickel voorop met een zeer goede collectie eerste klas productievee. In deze besloten klasse behaalde Twickel nog twee eerste prijzen Andere bekende fokkers uit Delden waren Scholten, Kruders en Bebseler. Tentoonstelling Er werd in 1925 een historische driedaagse tentoon ­ stelling in Delden gehouden, naar aanleiding van het 25-jarige bestaan van de Boerenbond. Het roodbonte vee van de zandgronden van Twickel kon het echter niet winnen van het vee van de IJsselstreek. Daarom besloot men een aparte klasse voor de zand ­ gronden in te stellen: “De boerderij Twickel vertoont zeker wel het maximum, waartoe men het in deze omgeving kan brengen. Alle factoren om de fokkerij ten top te voeren, heeft men hier bijeen. Kapitaalkracht, ambitie, zaakkennis, handigheid en de echte fokkersflair, kortom al wat men maar wenschen kan is hier in kort bestek vereenigd. In de open klasse eigen- gefokte volbloeden kon, ondanks dit alles, Twickel slechts op de 5e plaats Twickel behaalde vele prijzen en ere-medail- les voor de MRY rundveefokkerij. Het vee van Twickel werd ingestuurd voor de Nationale Rundvee Tentoonstelling in Den Haag in 1923en 1928. De koeien vielen meerdere keren in de prijzen. Marieke de Geus uit Delden, kleindochter van de toenmalige boerderijbaas De Boer, heeft deze medailles in bezit. Tegenwoordig staat het MRY-ras op de rode lijst van landbouwhuisdieren, vanwege het kleine aantal fokbe- drijven in Nederland dat dit ras nog zuiver in stand houdt. Er zijn nog enkelen op Twickel die het MRY- vee houden, zoals Gerda Voorthuis (Erve Mollinkwoner) en Andre Luttikhedde (Erve Bokdam). Hun vee vormt een belangrijke vertegenwoordiging van de levende genen- bank voor de toekomst; de belangstelling voor het ras neemt weer toe. Geesje Kuit Met dank aan Frans Kuijpers, Stichting Archief Rundveeverbetering Noord-Brabant en Limburg.

pagina 17 lente 2004

Een onderdeel van de kasteelboerderij van Twickel De varkensfokkerij op de Dassehaar Twickel heeft vroeger zelf een boerderij geexploiteerd. Dit bedrijf werd uitgeoefend op de kasteelboerderij, de Goormeen in Azelo en de Dassehaar op de Deldeneresch. Er werden koeien, paarden en varkens gehouden en akkerbouw bedreven. Baron R.F van Heeckeren van Wassenaer had veel belangstelling voor de landbouw en wilde hierin een voorbeeldfunctie vervullen. Dit artikel gaat over de varkensfokkerij, die floreerde in de periode tussen 1914 en 1938. I n 1903 ontstonden serieuze ont- wikkelingsplannen voor de boer ­ derij van Twickel: er kwam een varkensfokstal op erve De Dassehaar op de Deldeneresch. Deze werd beroemd om het Veredeld Duits Landvarken en later ook om andere rassen. Na het overlijden van de baron in 1936, kwam het bedrijf in de pro- blemen door de uitbraak van varkens- pest in 1938. De fokkerij miste de baron als drijvende kracht en werd uit- eindelijk na bijna een halve eeuw van bestaan in 1940 opgeheven. Het laat- ste restant van dit varkensbedrijf is in 2002 afgebroken. Wat overblijft zijn herinneringen, de archiefstukken van Twickel, enkele foto’s en een demon- stratiefilm uit de jaren dertig, gemaakt door het Varkensstamboek. Henk Blekkenhorst, zoon van het voormalig bedrijfshoofd van de fokkerij, Willem Blekkenhorst, weet nog veel over de fokkerij en de omstandigheden te vertellen. Dashaars-Willem Pachtboerderij De Dassehaar werd in 1915 in eigen beheer genomen. De baron had bijzondere plannen hier- mee, namelijk varkens fokken. Henk Blekkenhorst, geboren in 1931 op de Dassehaar: “Twickel had nog geen ervaring met varkens. De varkens- houderij in Nederland bestond uit een paar varkentjes voor eigen gebmik. Er was nagenoeg niets bekend over de fokkerij. In de periode 1910-1920 zijn hier verschillende Engelsen geweest voor het bouwen van de stallen. Van hen komt het woord ‘cavy’, zoals wij de kraamstal voor de zeugen noem- den”. Willem was als jongen voerman. Het hoofdgebouw van de varkensfokkerij. Fotocollectie: H. Blekkenhorst, ca. 1930. Toen de baron in 1914 begon met de bouw, was hij als 16-jarige hierbij betrokken. “De varkensfokkerij bestond uit een hoofdgebouw van ongeveer 10 bij 13 meter met drie vleugels: het zogenaamde ‘vliegtuig- model’. Op de verdieping boven het hoofdgebouw werd het meel opgesla- gen en er was een klein kantoortje. Het gebouw stond op een perceel zwarte esgrond van ongeveer twee hectare, met een boomgaard. Achter de eiken- wal lagen nog twee varkensketen op een afgerasterd perceel van vijf hectare ‘wilde grond’ met velddennen, berken en heidegrond. Hier liepen in de zomer de opfokvarkens en pas gedek- te zeugen”. In een aankondiging van november 1915 wordt de Twickelse varkensfok ­ kerij ‘Het Varkensstamboek Ambt Delden’ genoemd waar ‘Vereedelde Duitsche Landvarkens’ gefokt wor- den. Er waren toen 110 fokvarkens. Het Veredeld Duits Landvarken zou uitmunten in ‘gehardheid’, groei en gezondheid. De leiding over de Twickelboerderijen was in handen van de heer De Boer. Henk Blekkenhorst: “In 1920, toen een aantal verzorgers van de varkens ziek was, werd aan mijn vader gevraagd om de varkens te verzorgen. Hij heeft dit toen zes weken gedaan en had er aardigheid in. Er werd gevraagd of hij niet wilde blijven. Zo kwamen mijn ouders op de Dassehaar te wonen. Na een paar jaar werd mijn vader hoofd van de varkensfokkerij. Hij werd daarom Dashaars-Willem genoemd. Hij bracht verschillende veranderingen aan in de varkensschu- ren, zoals een plafond om het stalkli- maat te verbeteren”. De varkens werden gevoerd met een mengsel van aardappelen, erwten- meel, vismeel, gerstemeel, ondermelk en mangelwortels, zoals beschreven

pagina 21 zomer 1997

Korte berichten J.H. Wes. Foto: familie Wes. In memonam Jan Hendrik Wes, 1916- 1997 Op 13 februari 1997 overleed de heer Jan Hendrik Wes. Hij is tachtig jaar geworden. Zijn vader was pachter van Twickel op het erve de Hondeborg in Zenderen. Op 19 apri 11945 trad de heer Wes in dienst van Twickel. Met zijn gezin nam hij zijn intrek in het huis Braamrot aan de Twickelerlaan. Hendrik Wes werd aangesteld als medewerker van de kasteelboerderij. In die tijd liepen daar nog elf trekpaarden. Drie van de zes personeelsleden werkten als voerman. Dit werd ook de taak van Hendrik Wes. Met paard en wagen vervoerde hij de melk naar de zuivelfabriek van Ensink in Delden, hij ploegde het bouwland en hielp in de bossen bij het ruimen van het hout. Na het vertrek van een collega verzorgde Wes het rnelk- vee. Hij kon uitstekend met dieren omgaan. Bij ziekte of andere calamiteiten stond hij dag en nacht voor hen klaar. Toen in 1970 het bedrijf werd afgebouwd en het melkvee werd verkocht, bleef Wes als laatste personeelslid op de kasteelboerderij. Hij voerde het jongvee, maaide het gras en verbouwde mai en aardappelen. Hendrik Wes hield van alles wat groeit en bloeit. Hij was het liefstbuiten in de natuurof in zijn tuin. Hij was een vriendelijk mens en een prettige collega. l£ Monumentenlijst De lijst van Rijksmonumenten in Stad en Ambt Delden is onlangs flink uitgebreid. Tot voor kort kwamen op deze lijst bijnaalleenpanden voor die dateren van voor 1850. In de afgelopen jaren is een uitgebreide inventarisatie uitge- voerd van alle monumentwaardige panden uit de periode 1850 tot 1940. Hieruit is een selectie gemaakt. Deze pan ­ den zijn vervolgens op de monumentenlijst geplaatst. Voor het landgoed Twickel betekent dit dat een groot aantal pan ­ den in de gemeenten Stad en Ambt Delden op de Rijksmonumentenlijst zijn geplaatst. Hieronder vallen het moestuincomplex, de Watertoren, de villa Bagatelle, de villa Cramershof, (beide in Stad Delden) en het jachthuis Wanink op de Deldeneres. Nu ook de Watertoren op de rijkslijst is geplaatst kan de restauratie voortgang vinden. A.H. Schimmelpenninck Brieven Dit is een foto die wij in de zestiger jaren op Twickel gemaakt hebben. Het hek stond in de buurt van het huis van de jachtopziener in de laan recht tegenover het kasteel. We willen graag weten of dit mooie hek nog weer een plaatsje heeft gekregen binnen Twickel. We wandelen en fietsen nog steeds graag en veel in de Twickelse bossen, en zouden het leuk vinden om nog eens te horen of het hek nog dienst doet. J. Stam-Crom. Het toegangshek dat in vroeger dagen bij het jagershuis aan het einde van de Kooidijk stond. Foto: familie Stam. Dit fraaie toegangshek dat in vroeger jaren bij het jagers ­ huis Casa Nova stond is opgeknapt en verplaatst. Het staat nu in de tuinen van Twickel. U komt er door wanneer u van de formele tuin random de orangerie naar het binnenpark loopt.

pagina 10 herfst 1996

leuke van een landgoedkamp is dat je op een uniek plekje mag kamperen. In ruil daarvoor wil men best wat werk ver- zetten. Na het werk was het ’s middags goed rusten, maar er waren ook veel activiteiten. Deelnemers boven de 16 mochten het kasteel en de schitterende tuinen bezoeken. Er waren wandelingen door de omgeving onder leiding van Hans Spijkerman, de jachtopzichter, en Gert-Jan Roelofs. Voor de kinderen en jongeren was er een nachtelijke drop ­ ping en natuurlijk brandde elke avond het kampvuur. Er werden een pannekoekenbak-wedstrijd en een kin- derkampvuur-wedstrijd georganiseerd. Het hele kamp heeft rond het vuur stokbroodjes gebakken en gezamenlijk gebarbecued. Een volleybaltoernooi (LGK tegen Twickel) kan in de toekomst een terugkerende activiteit worden nu een zelf- gemaakte wisselbeker werd aangeboden. De mentoren die dit kamp leidden verheugen zich er al weer op om volgend jaar op Twickel terug te komen. De Twickelaars verheugen zich ook al op een weerzien. Naar wij begrijpen zijn er zelfs Twickelaars die juist tijdens het LGK niet met vakantie willen om er bij te kunnen zijn. En zo hoort het ook! * Artikel, geschreven in samenwerking met de overige mentoren, Mirjam Helbers, Gerard Kroon en Gerdien Homburg. In memoriam Jan Florinus Kooijman, 1915 -1996 Op 4 augustus jl. overleed de heer Jan Kooijman. Op 1 april 1950 trad de heer Kooij man in dienst van Twickel. Hij werd er aangesteld als koetsier en tuinman. Met zijn vrouw en twee dochtertjes betrok hij een gedeelte van het jagers- huis Casa Nova. Een hele overgang: Kooijman woonde daarvoor in Moerkapelle en werkte bij de politie. Gewend aan veel drukte wist hij zich goed aan te passen. Als koetsier heeft Kooijman niet meer gefungeerd. Wei kwam zijn kennis van paarden van pas. De barones bezat nog eigen rijpaarden. In het park werkte hij rond het kasteel en in de siertuinen. Het knippen van de buxusvormen, een vakmanschap waarin de heer Kooijman een meester was. Foto: Weekblad Margriet. Kooijman had veel verstand van machines. Samen met zijn afkomst uit een familie van melkveehouders heeft dit ertoe geleid, dat hij na de pensionering van de boerderij- baas Hietbrink de leiding kreeg over de kasteelboerderij. Als bedrijfsleider kwam hij hier ook te wonen. Ruim tien jaar heeft hij hier geboerd, samen met Johan Koebrugge en Hendrik Wes. De kasteelboerderij was toen al lang niet meer rende- rend. Er werd niet meer gei De melkkoeien wer ­ den uiteindelijk verkocht. Kooijman verhuisde naar een van de karakteristieke woningen bij de watertoren en keer- de terug naar de tuinen. Tot zijn afscheid in 1980 heeft hij hier met veel plezier gewerkt. Johan Gerrit van den Barg, 1904 – 1996 Op 10 augustus jl. overleed de heer Johan van den Barg. Lange tijd heeft hij op de boerderij de Bomsehoeve het wagenmakersbedrijf uitgeoefend. Deze grote boerderij staat aan het Bornse voetpad naast het jagershuis Casa Nova. Als veertienjarige kwam Van den Barg in de werk- plaats van zijn vader. Deze had de timmerwerkplaats naast de boerderij uitgebouwd tot wagenmakerij. Aan het werk met kleinzoon Johan op de eerste rommelmarkt ten behoe- ve van de dansgroep “Midden Twenthe ”. Vader en zoon werkten lang samen. Na de oorlog nam Johan het bedrijf over, maar zijn vader heeft tot zijn over- lijden steeds meegeholpen. Zo is het ook met Johan zelf gegaan. Op zijn beurt nam hij zijn zoon Joop in het bedrijf op. Samen verplaatsten zij de zaak van de Bornsehoeve naar het Deldense industrieterrein, waarbij de naam wagenmakerij veranderde in carosseriebedrijf. Na de ovemame door de jongere generatie hielp Johan nog lange tijd mee. Zo wist hij het oude vak door te geven en daarbij ook de verhalen over het vroegere Twickel. Zoon Joop die nog steeds op de Bomsehoeve woont, houdt de oude werkplaats in ere. Regelmatig vinden er demonstraties plaats. Zo blijft het oude ambacht bewaard.

pagina 10 herfst 1995

Bloemfestijn van herfsttinten in historisch decor „Paard en Bloem” in de monumentale paardeschuur bij kasteelboerderij In het eerste nummer van het T wickelblad van 1994 kwam de „kasteelboerderij” uitgebreid aan de orde. Bij dit artikel was onder meer een foto afgebeeld met de „paardeschuur” op de achtergrond tijdens het dorsen van de rogge. In het artikel wordt die schuur slechts terzijde genoemd. De foto is omst- reeks 1920 gemaakt, terwijl het bijgevoegde kaartje van de situatie in 1874 de paardeschuur niet toont. Het is intrigerend om toch wat meer informatie te achterhalen over bedoelde paardeschuur, mede omdat het gebouw enig lijkt in z’n soort en inmiddels van monumentale waarde is. H. Reynders In het huisarchief van Twickel is het stichtingsjaar van de paardeschuur (nog) niet precies te achterhalen. Een ont- werptekening van een boerderij in 1911 toont een paarde- stal naast andere stallen, zonder dat duidelijk is welke boerderij dat is. Een tekening uit 1926 geeft de huidige schuur weer met daarin 9 paardeboxen. Ook is er een onge- dateerde map (inv.nr. 5916) waarin de plattegrond van de Twickelboerderij met omgeving, waarop ook de paarde ­ schuur is afgebeeld. Op die plattegrond heeft de paarde ­ schuur afmetingen van 22,5 x 14 meter. Uit deze tekenin- gen is geen datering af te leiden. H.J. Willemsen leidt een „zware” voor de paardeschuur. Foto: M.A.M.A. van Heeckeren van Wassenaer, ca. 1940. De expositie Paard-en-Bloem wordt georgani- seerd in de paardeschuur van Twickel. De manifesta ­ ble vindt plaats van 5 t/m 10 oktober a.s. De opening- stijden lopen van 10.00 -18.00 uur; de kassa sluit om 18.00 uur. De entreeprijs voorpersonen vanaf 12 jaar bedraagt f 5,—. Tijdens de tentoonstelling zijn ook de tuinen van Twickel geopend. De paardeschuur zal worden omgetoverd in een bloemenfestijn, waarbij het thema „paard” vanuit verschillende invalshoeken zal worden omlijst met uitbundige bloem-arrangementen. De bloembinders van Oost Nederland, een van de participanten in de stichting „Tilia”, zullen garant staan voor een herfst- tooi-expositie, waar Stad en Ambt eer mee zullen inleggen. Een bezoek aan de manifestabe geeft tevens de kans om de monumentale paardeschuur te bezichtigen. IJzerwerk Uit de rentmeestersrekeningen blijkt dat de ijzeren hek- ken om het kasteelpark en om een aantal weilanden gele- verd zijn in 1888 tot 1892. De leverancier, de firma Bayliss, Jones en Bayliss, levert in 1892 ook een aantal ijzeren poorten. Foto’s tijdens het plaatsen van die hekken om het park tonen aan dat de paardeschuur er tegenover toen nog niet aanwezig was, altans de oude werkplaatsen bevonden zich toen nog binnen de omheining van het park. De paardeschuur zal dus na die tijd zijn gebouwd. De noteringen in de rekeningen geven aanleiding tot enige verwarring, want er is wel sprake van kosten van ste nen paardestallen in 1892. Dat slaat bijna zeker op de stal ­ len in het zuidelijke bouwhuis, want er is sprake van de stallen op de „plaats” (het kasteelplein). Die opmerking is weer vermeld bij de transportkosten vanuit Rotterdam van materialen voor de paardestal. Dat wordt nog duidelijker als ook in 1892 geschreven wordt over geleverde materia ­ len voor de nieuwe inrichting van de „Paardestal” op de plaats door de St. Pancreas Iron Work Comp, te Londen. Paarden De aangifte voor de personele belasting in de jaren 1894 tot 1900 maakt melding van „paarden van weelde”, onge- twijfeld doelende op rijpaarden. In die categorie worden wisselend 8 tot 10 paarden opgegeven (in 1900 voor het eerst ook twee rijwielen). In die aangiften is geen sprake van werkpaarden en evenmin wordt onderscheid gemaakt tussen tuig- en rijpaarden. In 1896 maakte wagenmaker Van den Barg onkosten voor de stal, maar ook dan laat de notulering ons in het ongewisse welke stal dat betreft. Uit het archief blijkt dat de plannen van landschapsar-

pagina 3 lente 1994

Bewoners kasteelboerderij halen herinneringen op Over zetbazen, koeiebellen, urenboekjes, voermannen, trekpaarden en fotografen Twickel heeft in het verleden naast pachtboerderijen ook drie eigen speciale bedrijfsboerderijen gekend. Dit waren niet verpachte, maar rechtstreeks door Twickel beheerde bedrij- ven waar pachters konden kennismaken met de nieuwste landbouwmethoden. De boerderij waarin sinds kort, na een ingrijpende interne verbouwing, de rentmeesterij gevestigd is, de vroegere Kasteelboerderij schuin tegenover het kasteel aan de Twickelerlaan, was een van die drie modelbedrijven. Maarten Hermanussen Albert Schimmelpenninck Nu de Kasteelboerderij onlangs defmitief haar agrari- sche en woonbestemming verwisseld heeft voor een kan- toorbestemming, lijkt een periode voorgoed afgesloten. Een geschikt moment om samen met mensen die vroeger op de Kasteelboerderij woonden en werkten herinnerin ­ gen op te halen aan de tijd dat de boerderij nog volop in bedrijf was. In dit artikel blikken de heren H.J. Hietbrink, J.H. Wes en M.G. Koebrugge terug op het dagelijks leven op de kasteelboerderij. Zetbaas Achter een kopje koffie aan tafel bij Marinus en zijn zuster Trims Koebrugge aan de Marktstraat in Delden komen de verhalen over vroeger al spoedig los. Om het spoor niet bijster te raken, wordt besloten een zekere chro- nologie aan te houden. De heer Henk Hietbrink bijt het spits af. Zijn eerste her ­ inneringen aan de kasteelboerderij gaan terug tot ongeveer 1934. Zelf wilde hij nooit boer worden, hoezeer men daar ook van alle kanten bij hem op aandrong. Hij werd liever schilder en is dus zelf niet in het boerenvak terecht geko- men. Toch weet hij uit zijn jeugd veel te vertellen over zijn vader die boer op de kasteelboerderij was: „Mijn vader was eerst een tijd lang zetbaas op het Goormeen. Later in 1934 foto van links naar rechts Trims Koebrugge, Hendrik Wes, Marinus Koebrugge en Henk Hietbrink

pagina 6 lente 1994

Kasteelboerderij kent lange geschiedenis Het eigen landbouwbedrijf oogstte waardering Over de geschiedenis van de kasteelboerderij is nauwelijks iets bekend. In het archief van Twickel zou er best iets over te vinden zijn, maar geen enkele onderzoeker heeft er tot nog toe belangstelling voor getoond. Dat is jammer: te meer omdat de boerderij van Twickel in het begin van deze eeuw een belangrijke functie uitoefende als voorbeeldbedrijf. Hopelijk vormt deze bescheiden bijdrage de aanzet tot meer interesse voor dit bijna vergeten onderdeel van Twickel. Aafke Brunt Zoals iedereen weet begint de geschiedenis van Twickel in 1347 met de aankoop door Herman van Twickelo van het goed het Eijsink. Deze bezitting was een boerderij. In de directe omgeving van deze boerderij zal Van Twickelo een stenen huis hebben gebouwd. Dit huis kreeg later de naam Twickel. De boerderij bleef staan en werd later aangeduid als Eijsinkhof. De boerderij is waarschijnlijk afgebroken in het midden van de zeventiende eeuw, toen op het voorplein van het kasteel de bouwhuizen verrezen. Hierin werd het vee ondergebracht. Ook bevonden zich daar een melkkamer en een bierbrouwerij. Het graan dat de boeren leverden als pachtbetaling, werd opgeslagen op de zolders. Na 1790 Op een omstreeks 1790 getekende kaart van de loop van de Twickelervaart staat de kasteelboerderij aangegeven op de huidige plaats. Belastingaangiften tussen 1806-1812 geven een indruk van de verschillende onderdelen. Het gaat om een boerderij met bouw- en hooilanden, een schaapschot, een bakhuis en drie hooi- en korenbergen. Aan de tuinzijde van de Twickelerlaan bevinden zich een timmerplaats, een houtplaats en een (hooi)berg. In een staat van onroerende goederen, opgemaakt na het overlijden van de laatste graaf Van Wassenaer in 1812 wordt de waarde geschat op 800 gulden. Het complex staat omschreven als „De boerderij van Twickel met zijne hooge en lage bouwlanden, weijen en hooijlanden zo als het voor eijgen rekening is bebouwd.” De latere handelsman Willem de Clerq die in datzelfde j aar op een van zijn wandelingen in Delden komt, vertelt in zijn dagboek dat alles op Friese wijze is ingericht. Verder meent hij, dat de huizen en ook de houten hokken voor de Percelenkaart, in potlood gedateerd 1874. Schuin tegenover de boerderij ligt aan de overzijde van de Twickelerlaan de “timmerplaats". Hier stondblij- kens / 9e eeuwsefoto ook een hooiberg. Dezelfde hooiberg is al te zien op een door T.A. Hartmeijer in 1794 gemaakte kaart van de tuinen. De “tuin ” tegenover de boerderij was tot 1890 in gebruik als moestuin. Daarna werd deze verplaatsl naar de huidige plek aan de weg naar Borne.

pagina 6 winter 1993

Medewerkers rentmeesterij kijken nu uit op kasteel Twickel Nieuw rentmeesterskantoor in voormalige kasteelboerderij in gebruik genomen Vanaf 15 november is het kantoor van de Stichting Twickel gevestigd in de voormalige kasteelboerderij aan de Twickelerlaan. De verhuizing van het kantoor vormt het sluitstuk van het plan om de werkplaatsen en kantoren van de stichting zoveel mogelijk te concentreren in de directe nabij- heidvan het kasteel. Hierbij isernaargestreefdde gebouwen zo goed mogelijk te laten passen in de historische omgeving. Albert Schimmelpenninck Sinds de 17e eeuw heefit het landgoed Twickel een rent- meester. Zijn kantoor was ondergebracht in het bouwhuis van kasteel Twickel waar nog altijd een loket te vinden is. In 1838 kocht de toenmalige bezitter van Twickel een groot pand aan de Hengelosestraat in Delden. De “rent ­ meesterij” lag op een geschikte plek dichtbij kasteel Twickel en dichtbij Delden. Door de aanleg van de rondweg om Delden in 1971 kwam aan deze geschikte ligging een einde. Het kasteel en de daarbij gelegen werkplaatsen van bouw-, bos- en tuin- afdeling zijn nog slechts via een grote omweg bereikbaar. Keuze Inmiddels is het kantoor van de rentmeester uitgegroeid tot het administratieve centrum van de in 1953 opgerichte Stichting Twickel. In dit centrum zijn naast de administra- tie en het secretariaat ook de tekenkamer en de kantoren van diverse opzichters ondergebracht. Vroeger bevonden deze kantoren zich op diverse andere plaatsen. Het oude pand aan de Hengelosestraat zou voor deze nieuwe fiinctie wel voldoende ruimte kunnen bieden maar zou eerst een kostbare verbouwing moeten ondergaan. In verband met de slechte verbinding met het kasteel en omgeving kwam al snel de gedachte naar voren dat het ide- aal zou zijn dit centrum van de stichting te vestigen in de directe omgeving van het kasteel. Hierbij zijn diverse locaties aan de orde geweest: het kasteel zelf, een bouwhuis, de paardenschuur en tenslotte de kasteelboerderij. Gezien de gunstige ligging van de kas ­ teelboerderij en de toevallige omstandigheid dat deze vrij van huur kwam, viel uiteindelijk de keuze op dit monu- mentale gebouw. Bovendien kan door de keuze voor de kasteelboerderij de paardenschuur behouden blijven. Deze moet overigens nog gerestaureerd worden. Behoud De kasteelboerderij was vanouds de grootste boerderij op het landgoed en biedt dus meer dan genoeg ruimte voor de kantoren. Zo kon de deel grotendeels behouden blijven. Ook uiterlijk is er nauwelijks iets veranderd. De hoofd- ingang bevindt zich aan de achterzijde waar een beperkte parkeervoorziening aanwezig is. Men bereikt deze ingang over een breed pad dat met zandsteen geplaveid is. De verschillende kantoorruimten liggen rondom een centrale hal die evenals de vroegere deel een zandstenen vloerheeft. Aan de voorzijde vindt men het secretariaat, de administratie en de kamer van de rentmeester. In het lage- re boerderijgedeelte zijn de tekenkamer en werkruimten van de heren Gierveld, Roelofs, Holterman en Vrij onder ­ gebracht. De ruime zolder is gedeeltelijk voor het archief in gebruik. Het nieuwe stichtingskantoor is efficient en degelijk uitgevoerd en kan vele decennia mee. De voorzijde van de kasteelboerderij die van binnen geheel is verbouwd tot het nieuwe rentmeesterskantoor. Foto: John Mulder.

pagina 20 winter 1991 tijdschrift

Aangepast ontwerp ontziet karakter Twickelerlaan Rentmeesterskantoor in nieuw plan ondergebracht in kasteelboerderij De oorspronkelijke plannen voor onderbrenging van het rentmeesterskantoor in een nieuw te bouwen pand op de plaats van de paardenstallen bij kastee) Twickel hebben veel tegenstand opgeroepen. Het karakter van de historische bebouwing aan de Twickelerlaan zou ernstig worden aangetast, zo vonden critici. De Stich- ting Twickel heeft inmiddels een nieuw plan gemaakt, waarbij twee vliegen in een klap worden geslagen: alle diensten van de stichting worden tegenover het kasteel geconcentreerd en het karakter van de huidige bebou ­ wing blijft behouden. De wijziging van de plannen is mogelijk gemaakt door verhuizing van de huidige bewoners van de kasteelboerderij, de familie Koebrugge. Na jarenlang de prachtige boerderij te hebben bewoond, gaven zij er de voorkeur aan te verhuizen naar een woning van de stichting aan de Marktstraat in Delden. Daardoor werd het mogelijk om het rentmeesterskantoor te vestigen in de kasteelboerderij en werd nieuwbouw overbodig. De kasteelboerderij blijft in de plannen haar mar- kante karakter volledig behouden. Alleen intern wordt verbouwd om er het kantoor van de rent- meester, de administratie, het secretariaat, het kan ­ toor van de assistent-rentmeester en kantoorruimte voor de bouwkundig opzichters in te vestigen. De deel blijft ongewijzigd, terwijl de ingang aan de ach- terzijde is voorzien om geparkeerde auto’s van be- zoekers aan het oog vanaf de Twickelerlaan te onttrekken. Concentratie De paardenschuur blijft paardenschuur. De oude schuur gezien vanaf de Twickelerlaan rechts achter de paardenschuur blijft in de nieuwe plannen vanaf de straatzijde gezien volledig ongewijzigd. Aan de achterzijde wordt in de schuur een woning gebouwd, waar in de toekomst bouwkundig opzichter J. Hol- terman zal gaan wonen. De huidige woning van de familie Holterman aan de Marktstraat in Delden komt daarmee -zoals gezegd- beschikbaar voor de fa ­ milie Koebrugge. Door de gewijzigde plannen wordt met deze ver- huizingen een concentratie van diensten mogelijk, terwijl door een woning op het terrein tevens het noodzakelijke toezicht is verzekerd. De stichting ver- wacht dat daarmee een eind wordt gemaakt aan de versnippering van diensten en werkzaamheden in de huidige situatie. Voordeel is bijvoorbeeld tevens dat kantoorruimten en uitvoerende diensten nabij het huisarchief en het kasteel met tuinen worden gesi- tueerd. Werkplaatsen De kasteelboerderij wordt aan de buitenzijde niet veranderd. In de twee schuren achter de paardenstallen -zie tekening- worden de werkplaatsen ondergebracht. In de grote schuur, links gelegen vanaf de Twickeler ­ laan, worden de werkplaatsen van de schilders en timmerlieden ondergebracht. Tevens is hier een schaftruimte als ook een opslagruimte voor hout voorzien. In de kleinere schuur wordt de bosploeg plus mate- rialen onder dak gebracht. De bestemming van het huidige rentmeesterskan ­ toor in Delden is nog niet geheel duidelijk. Het mo- numentale pand wordt op dit moment reeds voor driekwart bewoond. Dat zal in de toekomst zo blij- ven. Voor de ruimten die nu in gebruik zijn als kan ­ toorruimten wordt mogelijk een huurder gezocht die het -passend bij het karakter van het pand- eveneens als kantoorruimte wil gebruiken. Het ontwerp voor de nieuwe huisvesting aan de Twickelerlaan is -evenals het eerste plan- ge ­ maakt door architect dr. ir. E.J. Hoogenberk uit Voorstonden.